Psalmen 22:21

Statenvertaling (States Bible)

Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Tim 4:17 : 17 Maar de Heere heeft mij bijgestaan, en heeft mij bekrachtigd; opdat men door mij ten volle zou verzekerd zijn van de prediking, en alle heidenen dezelve zouden horen. En ik ben uit de muil des leeuws verlost.
  • Num 23:22 : 22 God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn.
  • Deut 33:17 : 17 Hij heeft de heerlijkheid des eerstgeborenen zijns osses, en zijn hoornen zijn hoornen des eenhoorns; met dezelve zal hij de volken te zamen stoten tot aan de einden des lands. Dezen nu zijn de tien duizenden van Efraim, en dezen zijn de duizenden van Manasse!
  • Job 39:9-9 : 9 Dien Ik de wildernis tot zijn huis besteld heb, en het ziltige tot zijn woningen. 10 Hij belacht het gewoel der stad; het menigerlei getier des drijvers hoort hij niet.
  • Jes 34:7 : 7 En de eenhoornen zullen met hen afgaan, en de varren met de stieren; en hun land zal doordronken zijn van het bloed, en hun stof zal van het smeer vet gemaakt worden.
  • Luk 22:53 : 53 Als Ik dagelijks met u was in den tempel, zo hebt gij de handen tegen Mij niet uitgestoken; maar dit is uw ure, en de macht der duisternis.
  • Joh 8:59 : 59 Zij namen dan stenen op, dat zij ze op Hem wierpen. Maar Jezus verborg Zich, en ging uit den tempel, gaande door het midden van hen; en ging alzo voorbij.
  • Joh 14:30 : 30 Ik zal niet meer veel met u spreken; want de overste dezer wereld komt, en heeft aan Mij niets.
  • Hand 4:27 : 27 Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus, Welken Gij gezalfd hebt, beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israels;
  • Hand 5:30-32 : 30 De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, Welken gij omgebracht hebt, hangende Hem aan het hout. 31 Deze heeft God door Zijn rechter hand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israel te geven bekering en vergeving der zonden. 32 En wij zijn Zijn getuigen van deze woorden; en ook de Heilige Geest, Welken God gegeven heeft dengenen, die Hem gehoorzaam zijn.
  • 1 Petr 5:8 : 8 Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 22:19-20
    2 verzen
    77%

    19Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.

    20Maar Gij, HEERE! wees niet verre; mijn Sterkte! haast U tot mijn hulp.

  • Job 39:8-10
    3 verzen
    75%

    8Wie heeft den woudezel vrij henengezonden, en wie heeft de banden des wilden ezels gelost?

    9Dien Ik de wildernis tot zijn huis besteld heb, en het ziltige tot zijn woningen.

    10Hij belacht het gewoel der stad; het menigerlei getier des drijvers hoort hij niet.

  • 10Want zie, Uw vijanden, o HEERE! want zie, Uw vijanden zullen vergaan; al de werkers der ongerechtigheid zullen verstrooid worden.

  • 22God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn.

  • 17HEERE! hoe lang zult Gij toezien? Breng mijn ziel weder van hunlieder verwoestingen, mijn eenzame van de jonge leeuwen.

  • 8God heeft hem uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn; hij zal de heidenen, zijn vijanden, verteren, en hun gebeente breken, en met zijn pijlen doorschieten.

  • Ps 7:1-2
    2 verzen
    72%

    1Davids Schiggajon, dat hij den HEERE gezongen heeft, over de woorden van Cusch, den zoon van Jemini.

    2HEERE, mijn God, op U betrouw ik; verlos mij van al mijn vervolgers, en red mij.

  • 22Verlos mij uit des leeuwen muil; en verhoor mij van de hoornen der eenhoornen.

  • 2Red mij door Uw gerechtigheid, en bevrijd mij; neig Uw oor tot mij, en verlos mij.

  • Ps 57:3-4
    2 verzen
    69%

    3Ik zal roepen tot God, den Allerhoogste, tot God, Die het aan mij voleinden zal.

    4Hij zal van den hemel zenden, en mij verlossen, te schande makende dengene, die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.

  • 6En Hij doet ze huppelen als een kalf, de Libanon en Sirjon als een jongen eenhoorn.

  • Ps 22:11-13
    3 verzen
    69%

    11Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God.

    12Zo wees niet verre van mij, want benauwdheid is nabij; want er is geen helper.

    13Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd.

  • 7En de eenhoornen zullen met hen afgaan, en de varren met de stieren; en hun land zal doordronken zijn van het bloed, en hun stof zal van het smeer vet gemaakt worden.

  • 9Zij hebben zich gekromd, en zijn gevallen; maar wij zijn gerezen en staande gebleven. [ (Psalms 20:10) O HEERE! behoud; die Koning verhore ons ten dage van ons roepen. ]

  • 26Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.

  • 6Verhef U, o God! boven de hemelen, en Uw eer over de ganse aarde.

  • 3God is mijn Rots, ik zal op Hem betrouwen; mijn Schild en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek en mijn Toevlucht, mijn Verlosser! Van geweld hebt Gij mij verlost!

  • 4Mijn God, bevrijd mij van de hand des goddelozen, van de hand desgenen, die verkeerdelijk handelt, en des opgeblazenen.

  • 5Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn.

  • 14Geef mij weder de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij.

  • 13Sta op, HEERE, kom zijn aangezicht voor, vel hem neder; bevrijd mijn ziel met Uw zwaard van den goddeloze;

  • 17Maar de Heere heeft mij bijgestaan, en heeft mij bekrachtigd; opdat men door mij ten volle zou verzekerd zijn van de prediking, en alle heidenen dezelve zouden horen. En ik ben uit de muil des leeuws verlost.

  • Ps 120:1-2
    2 verzen
    66%

    1Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.

    2O HEERE! red mijn ziel van de valse lippen, van de bedriegelijke tong.

  • 66%

    7Ik zal niet vrezen voor tienduizenden des volks, die zich rondom tegen mij zetten.

  • 23Of bevrijdt mij van de hand des verdrukkers, en verlost mij van de hand der tirannen?

  • 21De jonge leeuwen, briesende om een roof, en om hun spijs van God te zoeken.

  • 2Op U, o HEERE! betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid.

  • 22Toen sprak Daniel tot den koning: O koning, leef in eeuwigheid!

  • 30De oude leeuw geweldig onder de gedierten, die voor niemand zal wederkeren;

  • 6Opdat zij niet hore naar de stem der belezers, desgenen, die ervaren is met bezweringen om te gaan.

  • 10Gij, die den koningen overwinning geeft, Die Zijn knecht David ontzet van het boze zwaard;

  • 2Hij zeide dan: Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte!

  • 3En breng de spies voort, en sluit den weg toe, mijn vervolgers tegemoet; zeg tot mijn ziel: Ik ben uw Heil.

  • 21Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot heil geweest zijt.

  • 18Hij verloste mij van mijn sterken vijand, van mijn haters, omdat zij machtiger waren dan ik.

  • 2Als de Zifieten gekomen waren, en tot Saul gezegd hadden: Verbergt zich David niet bij ons?

  • 13Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten.

  • 17Hij heeft de heerlijkheid des eerstgeborenen zijns osses, en zijn hoornen zijn hoornen des eenhoorns; met dezelve zal hij de volken te zamen stoten tot aan de einden des lands. Dezen nu zijn de tien duizenden van Efraim, en dezen zijn de duizenden van Manasse!

  • 18En verberg Uw aangezicht niet van Uw knecht, want mij is bange; haast U, verhoor mij.

  • 41En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, mijner haters, en ik vernielde hen.

  • 10De brulling des leeuws, en de stem des fellen leeuws, en de tanden der jonge leeuwen worden verbroken.

  • 21Maar Gij, o HEERE Heere! maak het met mij om Uws Naams wil; dewijl Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.