Psalmen 83:1

Statenvertaling (States Bible)

Een lied, een psalm van Asaf.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 28:1 : 1 Een psalm van David. Tot U roep ik, HEERE! mijn Rotssteen, houd U niet als doof van mij af; opdat ik niet, zo Gij U van mij stil houdt, vergeleken worde met degenen, die in den kuil nederdalen.
  • Ps 35:22 : 22 HEERE! Gij hebt het gezien, zwijg niet; HEERE! wees niet verre van mij.
  • Ps 50:3 : 3 Onze God zal komen en zal niet zwijgen; een vuur voor Zijn aangezicht zal verteren, en rondom Hem zal het zeer stormen.
  • Ps 109:1-2 : 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester. O God mijns lofs! zwijg niet. 2 Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong.
  • Jes 42:14 : 14 Ik heb van ouds gezwegen, Ik heb Mij stil gehouden en Mij ingehouden; Ik zal uitschreeuwen, als een, die baart, Ik zal ze verwoesten, en te zamen opslokken.
  • Ps 44:23 : 23 Maar om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij worden geacht als slachtschapen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. O God mijns lofs! zwijg niet.

  • 2O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God!

  • Ps 35:22-23
    2 verzen
    76%

    22HEERE! Gij hebt het gezien, zwijg niet; HEERE! wees niet verre van mij.

    23Ontwaak en word wakker tot mijn recht; mijn God en HEERE! tot mijn twistzaak.

  • 2Als de Zifieten gekomen waren, en tot Saul gezegd hadden: Verbergt zich David niet bij ons?

  • 20Maar de HEERE is in Zijn heiligen tempel. Zwijg voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde!

  • 2Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns brullens?

  • 8Zij gaan van kracht tot kracht; een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.

  • 3Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen den gansen dag.

  • 1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  • 1Een psalm van David. Tot U roep ik, HEERE! mijn Rotssteen, houd U niet als doof van mij af; opdat ik niet, zo Gij U van mij stil houdt, vergeleken worde met degenen, die in den kuil nederdalen.

  • Ps 74:22-23
    2 verzen
    70%

    22Sta op, o God! twist Uw twistzaak; gedenk der smaadheid, die U van den dwaze wedervaart den gansen dag.

    23Vergeet niet het geroep Uwer wederpartijders; het getier dergenen, die tegen U opstaan, klimt geduriglijk op.

  • 1Doe mij recht, o God! en twist Gij mijn twistzaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van den man des bedrogs en des onrechts.

  • 3Onze God zal komen en zal niet zwijgen; een vuur voor Zijn aangezicht zal verteren, en rondom Hem zal het zeer stormen.

  • 1O HEERE! waarom staat Gij van verre? waarom verbergt Gij U in tijden van benauwdheid?

  • 8Gij, vreselijk zijt Gij; en wie zal voor Uw aangezicht bestaan, van den tijd Uws toorns af?

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 10Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, de boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagenen met vuur verbrandt.

  • 19Hij heeft mijn ziel in vrede verlost van den strijd tegen mij; want met menigte zijn zij tegen mij geweest.

  • 5Zij lopen en bereiden zich zonder mijn misdaad; waak op mij tegemoet, en zie.

  • 8Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.

  • 12O God, wees niet verre van mij; mijn God! haast U tot mijn hulp.

  • 21En die kwaad voor goed vergelden, staan mij tegen, omdat ik het goede najaag.

  • 10Hoe lang, o God! zal de wederpartijder smaden? Zal de vijand Uw Naam in eeuwigheid lasteren?

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, om te doen gedenken.

  • 31Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.

  • 8Sta op, o God! oordeel het aardrijk, want Gij bezit alle natien.

  • 8HEERE, Heere, Sterkte mijns heils! Gij hebt mijn hoofd bedekt ten dage der wapening.

  • 2Ik zeide: Ik zal mijn wegen bewaren, dat ik niet zondige met mijn tong; ik zal mijn mond met een breidel bewaren, terwijl de goddeloze nog tegenover mij is.

  • 4O God! breng ons weder, en laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden.

  • 6O Jeruzalem! Ik heb wachters op uw muren besteld, die geduriglijk al den dag en al den nacht niet zullen zwijgen. O gij, die des HEEREN doet gedenken, laat geen stilzwijgen bij ulieden wezen!

  • 5Och, of gij gans stilzweegt! Dat zou ulieden voor wijsheid wezen.

  • 23Maar om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij worden geacht als slachtschapen.

  • 4Dacht ik aan God, zo maakte ik misbaar; peinsde ik, zo werd mijn ziel overstelpt. Sela.

  • 7Die de bergen vastzet door Zijn kracht, omgord zijnde met macht.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  • 12Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord; [ (Psalms 30:13) Opdat mijn eer U psalmzinge, en niet zwijge. HEERE, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven. ]

  • 19Want de nooddruftige zal niet voor altoos vergeten worden, noch de verwachting der ellendigen in eeuwigheid verloren zijn.

  • 12HEERE! zoudt Gij U over deze dingen inhouden, zoudt Gij stilzwijgen, en ons zozeer bedrukken?

  • 7Hoe zoudt gij stil houden? De HEERE heeft toch aan het zwaard bevel gegeven; tegen Askelon en tegen de zeehaven, aldaar heeft Hij het besteld.

  • 5Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.

  • 2Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is nu hun God?

  • 11Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?

  • 18HEERE! laat mij niet beschaamd worden, want ik roep U aan; laat de goddelozen beschaamd worden, laat hen zwijgen in het graf.

  • 1Zwijgt voor Mij, gij eilanden! en laat de volken de kracht vernieuwen; laat ze toetreden, laat ze dan spreken; laat ons samen ten gerichte naderen.

  • 68%

    6Zo vervolge de vijand mijn ziel, en achterhale ze, en vertrede mijn leven ter aarde, en doe mijn eer in het stof wonen! Sela.

  • 1Een psalm van Asaf. God staat in de vergadering Godes; Hij oordeelt in het midden der goden;

  • 46Gij hebt de dagen zijner jeugd verkort; Gij hebt hem met schaamte overdekt. Sela.

  • 14O God! de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel; en zij stellen U niet voor hun ogen.