Ezechiël 32:1

Statenvertaling (States Bible)

Het gebeurde ook in het twaalfde jaar, in de twaalfde maand op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezech 30:20 : 20 Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
  • Ezech 32:17 : 17 Voorts gebeurde het in het twaalfde jaar, op den vijftienden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:
  • Ezech 33:21 : 21 En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen.
  • Ezech 31:1 : 1 Het gebeurde ook in het elfde jaar, in de derde maand, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:
  • Ezech 1:2 : 2 Op den vijfden derzelve maand (dit was het vijfde jaar van de wegvoering van den koning Jojachin),
  • Ezech 29:1 : 1 In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
  • Ezech 29:17 : 17 Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 17Voorts gebeurde het in het twaalfde jaar, op den vijftienden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

  • Ezech 31:1-2
    2 verzen
    90%

    1Het gebeurde ook in het elfde jaar, in de derde maand, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:

    2Mensenkind! zeg tot Farao, den koning van Egypte, en tot zijn menigte: Wien zijt gij gelijk in uw grootheid?

  • Ezech 29:1-2
    2 verzen
    89%

    1In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

    2Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Farao, den koning van Egypte, en profeteer tegen hem, en tegen het ganse Egypte.

  • 20Ook gebeurde het in het elfde jaar, in de eerste maand, op den zevenden der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

  • 1En het gebeurde in het elfde jaar, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:

  • 17Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 2Mensenkind! hef een klaaglied op over Farao, den koning van Egypte, en zeg tot hem: Gij waart een jongen leeuw onder de heidenen gelijk; en gij waart als een zeedraak in de zeeen, en braakt voort in uw rivieren, en beroerdet het water met uw voeten, en vermodderdet hunlieder rivieren.

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 26Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 21Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 11Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 21En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen.

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 8En des morgens geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar.

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 17Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 16Het gebeurde nu ten einde van zeven dagen, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

  • 1In het vijf en twintigste jaar onzer gevankelijke wegvoering, in het begin des jaars, op den tienden der maand, in het veertiende jaar, nadat de stad geslagen was; even op dienzelfden dag, was de hand des HEEREN op mij, en Hij bracht mij derwaarts.

  • 1Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Het geschiedde nu in het zesde jaar, in de zesde maand, op den vijfden der maand, als ik in mijn huis zat, en de oudsten van Juda voor mijn aangezicht zaten, dat de hand des Heeren HEEREN daar over mij viel.

  • 23Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En het woord des HEEREN geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Het gebeurde ook in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, dat dit woord tot Jeremia geschiedde van den HEERE, zeggende:

  • 20Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • Jer 1:3-4
    2 verzen
    73%

    3Ook geschiedde het tot hem in de dagen van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, totdat voleind werd het elfde jaar van Zedekia, zoon van Josia, koning van Juda; totdat Jeruzalem gevankelijk werd weggevoerd in de vijfde maand.

    4Het woord des HEEREN dan geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1De HEERE nu had tot Mozes en tot Aaron in Egypteland gesproken, zeggende:

  • 17Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 12Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende: