Job 15:14

Statenvertaling (States Bible)

Wat is de mens, dat hij zuiver zou zijn, en die geboren is van een vrouw, dat hij rechtvaardig zou zijn?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 20:9 : 9 Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde?
  • Pred 7:20 : 20 Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.
  • Job 14:4 : 4 Wie zal een reine geven uit den onreine? Niet een.
  • Job 25:4-6 : 4 Hoe zou dan een mens rechtvaardig zijn bij God, en hoe zou hij zuiver zijn, die van een vrouw geboren is? 5 Zie, tot de maan toe, en zij zal geen schijnsel geven; en de sterren zijn niet zuiver in Zijn ogen. 6 Hoeveel te min de mens, die een made is, en des mensen kind, die een worm is!
  • Ps 14:3 : 3 Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand, die goed doet, ook niet een.
  • Ps 51:5 : 5 Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij.
  • 1 Kon 8:46 : 46 Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in des vijands land, dat verre of nabij is.
  • 2 Kron 6:36 : 36 Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in een land, dat verre of nabij is;
  • Job 9:2 : 2 Waarlijk, ik weet, dat het zo is; want hoe zou de mens rechtvaardig zijn bij God?
  • Pred 7:29 : 29 Alleenlijk ziet, dit heb ik gevonden, dat God den mens recht gemaakt heeft, maar zij hebben veel vonden gezocht.
  • Joh 3:6 : 6 Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.
  • Rom 7:18 : 18 Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet.
  • Gal 3:22 : 22 Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Jezus Christus aan de gelovigen zou gegeven worden.
  • Ef 2:2-3 : 2 In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid; 3 Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;
  • 1 Joh 1:8-9 : 8 Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelven, en de waarheid is in ons niet. 9 Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid. 10 Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, zo maken wij Hem tot een leugenaar, en Zijn woord is niet in ons.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 25:4-6
    3 verzen
    87%

    4Hoe zou dan een mens rechtvaardig zijn bij God, en hoe zou hij zuiver zijn, die van een vrouw geboren is?

    5Zie, tot de maan toe, en zij zal geen schijnsel geven; en de sterren zijn niet zuiver in Zijn ogen.

    6Hoeveel te min de mens, die een made is, en des mensen kind, die een worm is!

  • Job 15:15-16
    2 verzen
    82%

    15Zie, op Zijn heiligen zou Hij niet vertrouwen, en de hemelen zijn niet zuiver in Zijn ogen.

    16Hoeveel te meer is een man gruwelijk en stinkende, die het onrecht indrinkt als water?

  • Job 14:1-5
    5 verzen
    81%

    1De mens, van een vrouw geboren, is kort van dagen, en zat van onrust.

    2Hij komt voort als een bloem, en wordt afgesneden; ook vlucht hij als een schaduw, en bestaat niet.

    3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

    4Wie zal een reine geven uit den onreine? Niet een.

    5Dewijl zijn dagen bestemd zijn, het getal zijner maanden bij U is, en Gij zijn bepalingen gemaakt hebt, die hij niet overgaan zal;

  • 17Zou een mens rechtvaardiger zijn dan God? Zou een man reiner zijn dan zijn Maker?

  • 17Wat is de mens, dat Gij hem groot acht, en dat Gij Uw hart op hem zet?

  • 13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  • Ps 144:3-4
    2 verzen
    77%

    3O HEERE! wat is de mens, dat Gij hem kent, het kind des mensen, dat Gij het acht?

    4De mens is der ijdelheid gelijk; zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw.

  • 7Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht?

  • Job 35:2-3
    2 verzen
    73%

    2Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods?

    3Want gij hebt gezegd: Wat zou zij u baten? Wat meer voordeel zal ik daarmede doen, dan met mijn zonde?

  • 3Waarom worden wij geacht als beesten, en zijn onrein in ulieder ogen?

  • 2Waarlijk, ik weet, dat het zo is; want hoe zou de mens rechtvaardig zijn bij God?

  • Job 31:14-15
    2 verzen
    72%

    14(Want wat zou ik doen, als God opstond? En als Hij bezoeking deed, wat zou ik Hem antwoorden?

    15Heeft Hij niet, Die mij in den buik maakte, hem ook gemaakt en Een ons in de baarmoeder bereid?)

  • 72%

    4Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt;

  • 9Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde?

  • Job 10:4-6
    3 verzen
    71%

    4Hebt Gij vleselijke ogen, ziet Gij, gelijk een mens ziet?

    5Zijn Uw dagen als de dagen van een mens? Zijn Uw jaren als de dagen eens mans?

    6Dat Gij onderzoekt naar mijn ongerechtigheid, en naar mijn zonde verneemt?

  • Job 9:29-30
    2 verzen
    71%

    29Ik zal toch goddeloos zijn; waarom dan zal ik ijdellijk arbeiden?

    30Indien ik mij wasse met sneeuwwater, en mijn handen zuivere met zeep;

  • 13Gij zijt te rein van ogen, dan dat Gij het kwade zoudt zien, en de kwelling kunt Gij niet aanschouwen; waarom zoudt Gij aanschouwen die trouwelooslijk handelen? Waarom zoudt Gij zwijgen, als de goddeloze dien verslindt, die rechtvaardiger is dan hij?

  • 22Laat gijlieden dan af van den mens, wiens adem in zijn neus is, want waarin is hij te achten?

  • 4Want gij hebt gezegd: Mijn leer is zuiver, en ik ben rein in uw ogen.

  • Job 35:6-7
    2 verzen
    70%

    6Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem?

    7Indien gij rechtvaardig zijt, wat geeft gij Hem, of wat ontvangt Hij uit uw hand?

  • 20Heb ik gezondigd, wat zal ik U doen, o Mensenhoeder? Waarom hebt Gij mij U tot een tegenloop gesteld, dat ik mijzelven tot een last zij?

  • 2Want wat is het deel Gods van boven, of de erve des Almachtigen uit de hoogten?

  • 23Wie heeft Hem gesteld over Zijn weg? Of wie heeft gezegd: Gij hebt onrecht gedaan?

  • 9Ik ben rein, zonder overtreding; ik ben zuiver, en heb geen misdaad.

  • 32Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.

  • 12Een geslacht, dat rein in zijn ogen is, en van zijn drek niet gewassen is;

  • 2En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.

  • 13Wie heeft Hem gesteld over de aarde, en wie heeft de ganse wereld geschikt?

  • 3Is het voor den Almachtige nuttigheid, dat gij rechtvaardig zijt; of gewin, dat gij uw wegen volmaakt?

  • 20Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.

  • 6Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons henen weg als een wind.

  • 23Gewisselijk, Hij legt den mens niet te veel op, dat hij tegen God in het gericht zou mogen treden.

  • 15Alle vlees zou tegelijk den geest geven, en de mens zou tot stof wederkeren.

  • 3Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand, die goed doet, ook niet een.

  • 5Wanneer nu iemand rechtvaardig is, en doet recht en gerechtigheid;

  • 12Dan zal een verstandeloos man kloekzinnig worden; hoewel de mens als het veulen eens woudezels geboren is.