Jozua 15:45
Ekron, en haar onderhorige plaatsen, en haar dorpen.
Ekron, en haar onderhorige plaatsen, en haar dorpen.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
46Van Ekron, en naar de zee toe; alle, die aan de zijde van Asdod zijn, en haar dorpen;
47Asdod, haar onderhorige plaatsen en haar dorpen; Gaza, haar onderhorige plaatsen en haar dorpen, tot aan de rivier van Egypte; en de grote zee, en haar landpale.
48Op het gebergte nu: Samir, en Jatthir, en Socho,
38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,
39Lachis, en Bozkath, en Eglon,
40En Chabbon, en Lahmas, en Chitlis,
41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.
42Libna, en Ether, en Asan,
43En Jiftah, en Asna, en Nezib,
44En Kehila, en Achzib, en Mareza; negen steden en haar dorpen.
43En Elon, en Timnatha, en Ekron,
44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,
51En Gosen, en Holon, en Gilo; elf steden en haar dorpen.
52Arab, en Duma, en Esan,
53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,
54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.
55Maon, Karmel, en Zif, en Juta,
56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,
57Kain, Gibea, en Timna; tien steden en haar dorpen.
58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,
59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.
60Kirjath-Baal, die is Kirjath-Jearim, en Rabba; twee steden en haar dorpen.
35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,
36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.
11Verder zal deze landpale uitgaan aan de zijde van Ekron, noordwaarts, en deze landpale zal strekken naar Sichron aan, en over den berg Baala gaan, en uitgaan te Jabneel; en de uitgangen dezer landpale zullen zijn naar de zee.
30En Eltholad, en Chesil, en Horma,
31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,
32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.
33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,
9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.
3Van de Sichor, die voor aan Egypte is, tot aan de landpale van Ekron tegen het noorden, dat den Kanaanieten toegerekend wordt; vijf vorsten der Filistijnen, de Gazatiet en Asdodiet, de Askeloniet, de Gathiet en Ekroniet, en de Avvieten.
75En Hukok en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden.
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
15En Holon en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden;
25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,
15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.
5Askelon zal het zien, en zal vrezen; desgelijks Gaza, en zal grote smart hebben, mitsgaders Ekron, dewijl hetgeen, waar zij op zagen, hen heeft te schande gemaakt; en de koning van Gaza zal vergaan, en Askelon zal niet bewoond worden.
4Want Gaza zal verlaten wezen, en Askelon zal ter verwoesting wezen; Asdod zal men in den middag verdrijven, en Ekron zal uitgeworteld worden.
27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,
28En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,
30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.
18Daartoe nam Juda Gaza in, met haar landpale, en Askelon met haar landpale, en Ekron met haar landpale.
20En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;
29En deze landpale wendt zich naar Rama, en tot aan de vaste stad Tyrus; dan keert deze landpale naar Hosa, en haar uitgangen zijn aan de zee, van het landsnoer strekkende naar Achzib,
30En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.
21De steden nu, van het uiterste van den stam der kinderen van Juda, tot de landpale van Edom, tegen het zuiden, zijn: Kabzeel, en Eder, en Jagur,
62En Nibsan, en de Zoutstad, en Engedi; zes steden en haar dorpen.
28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,
42Deze steden waren elk met haar voorsteden rondom haar; alzo was het met al die steden.