Richteren 12:13

Statenvertaling (States Bible)

En na hem richtte Israel Abdon, een zoon van Hillel, de Pirhathoniet.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 85%

    14En hij had veertig zonen, en dertig zoons zonen, rijdende op zeventig ezelveulens; en hij richtte Israel acht jaren.

    15Toen stierf Abdon, een zoon van Hillel, de Pirhathoniet; en hij werd begraven te Pirhathon, in het land van Efraim, op den berg van den Amalekiet.

  • 73%

    7Jeftha nu richtte Israel zes jaren; en Jeftha, de Gileadiet, stierf, en werd begraven in de steden van Gilead.

    8En na hem richtte Israel Ebzan, van Bethlehem.

    9En hij had dertig zonen; en hij zond dertig dochteren naar buiten, en bracht dertig dochteren van buiten in voor zijn zonen; en hij richtte Israel zeven jaren.

    10Toen stierf Ebzan, en werd begraven te Bethlehem.

    11En na hem richtte Israel Elon, de Zebuloniet, en hij richtte Israel tien jaren.

    12En Elon, de Zebuloniet, stierf, en werd begraven te Ajalon, in het land van Zebulon.

  • Richt 10:1-4
    4 verzen
    70%

    1Na Abimelech nu stond op, om Israel te behouden, Thola, een zoon van Pua, zoon van Dodo, een man van Issaschar; en hij woonde te Samir, op het gebergte van Efraim.

    2En hij richtte Israel drie en twintig jaren; en hij stierf, en werd begraven te Samir.

    3En na hem stond op Jair, de Gileadiet; en hij richtte Israel twee en twintig jaren.

    4En hij had dertig zonen, rijdende op dertig ezelveulens, en die hadden dertig steden, die zij noemden Havvoth-Jair, tot op dezen dag, dewelke in het land van Gilead zijn.

  • 23En Abdon, en Zichri, en Hanan,

  • Num 1:11-12
    2 verzen
    68%

    11Van Benjamin, Abidan, de zoon van Gideoni.

    12Van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.

  • 22Daartoe de stam van Benjamin; en Abidan, de zoon van Gideoni, zal de overste der zonen van Benjamin zijn.

  • 20En hij richtte Israel, in de dagen der Filistijnen, twintig jaren.

  • 24En over het heir van den stam der kinderen van Benjamin was Abidan, de zoon van Gideoni.

  • 65%

    31Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins; Benaja, de Pirhathoniet;

    32Hurai, van de beken van Gaas; Abiel; de Arbathiet;

  • 31Na hem nu was Samgar, een zoon van Anath, die sloeg de Filistijnen, zeshonderd man, met een ossenstok; alzo verloste hij ook Israel.

  • 2De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba.

  • 11En uit Husim gewon hij Abitub en Elpaal.

  • 1In het achttiende jaar van den koning Jerobeam, zo werd Abia koning over Juda.

  • 27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;

  • 19En Abia jaagde Jerobeam achterna, en nam van hem de steden, Beth-El met haar onderhorige plaatsen, en Jesana met haar onderhorige plaatsen, en Efron met haar onderhorige plaatsen.

  • 21Over half Manasse, in Gilead, was Jiddo, de zoon van Zecharja; over Benjamin was Jaasiel, de zoon van Abner;

  • 12Daartoe Suppim en Huppim waren kinderen van Ir, en Husim, kinderen van Aher.

  • 3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.

  • 12Toen boodschapten zij Sisera, dat Barak, de zoon van Abinoam, op den berg Thabor getogen was.

  • 31Toen kwamen zijn broeders af, en het ganse huis zijns vaders, en namen hem op, en brachten hem opwaarts, en begroeven hem tussen Zora en tussen Esthaol, in het graf van zijn vader Manoach; hij nu had Israel gericht twintig jaren.

  • 1En de kinderen Israels voeren voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN; zo gaf de HEERE hen in de hand der Filistijnen veertig jaren.

  • 22Als nu Abimelech drie jaren over Israel geheerst had,

  • 20En daarna omtrent vierhonderd en vijftig jaren, gaf Hij hun rechters, tot op Samuel, den profeet.

  • 17De koning van Tappuah, een; de koning van Hefer, een;

  • Joz 12:12-13
    2 verzen
    62%

    12De koning van Eglon, een; de koning Gezer, een;

    13De koning van Debir, een; de koning van Geder, een;

  • 12De negende, in de negende maand, was Abiezer, de Anathothiet; van de Benjaminieten; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  • 1In het achttiende jaar nu van den koning Jerobeam, den zoon van Nebat, werd Abiam koning over Juda.

  • 31En zijn bijwijf, hetwelk te Sichem was, baarde hem ook een zoon; en hij noemde zijn naam Abimelech.

  • 4En Abia maakte zich op van boven den berg Zemaraim, dewelke is in het gebergte van Efraim; en hij zeide: Hoort mij toe, Jerobeam, en gans Israel!

  • 5Van de stam van Simeon, Safat, de zoon van Hori.

  • 25En de kinderen van Benjamin verzamelden zich achter Abner, en werden tot een hoop; en zij stonden op de spits van een heuvel.

  • 30En zijn eerstgeboren zoon was Abdon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Nadab,

  • 61%

    15Samuel nu richtte Israel al de dagen zijns levens.

    16En hij toog van jaar tot jaar, en ging rondom naar Beth-El, en Gilgal, en Mizpa; en hij richtte Israel in al die plaatsen.

  • 36En Abdon was zijn eerstgeboren zoon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Ner, en Nadab.

  • 17Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;