Nehemia 7:9

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 2:4 : 4 De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.
  • Ezra 8:8 : 8 En van de kinderen van Sefatja, Zebadja, de zoon van Michael; en met hem tachtig manspersonen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ezra 2:3-5
    3 verzen
    93%

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

    5De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

  • Neh 7:7-8
    2 verzen
    85%

    7Dewelke kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raamja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehim en Baena. Dit is het getal der mannen van het volk van Israel.

    8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

  • Neh 7:34-39
    6 verzen
    82%

    34De kinderen des anderen Elams, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    35De kinderen van Harim, driehonderd en twintig;

    36De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig;

    37De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;

    38De kinderen van Senaa, drie duizend, negenhonderd en dertig;

    39De priesters: de kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig;

  • Ezra 2:7-9
    3 verzen
    80%

    7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

  • Neh 7:21-23
    3 verzen
    79%

    21De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig;

    22De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;

    23De kinderen van Bezai, driehonderd vier en twintig;

  • Neh 7:59-60
    2 verzen
    79%

    59De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pochereth van Zebaim, de kinderen van Amon;

    60Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • Neh 7:16-19
    4 verzen
    79%

    16De kinderen van Bebai, zeshonderd acht en twintig;

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

  • Neh 7:10-14
    5 verzen
    78%

    10De kinderen van Arach, zeshonderd twee en vijftig;

    11De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua en Joab, twee duizend, achthonderd en achttien;

    12De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

    14De kinderen van Zakkai, zevenhonderd en zestig;

  • 17De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

  • Ezra 2:33-36
    4 verzen
    77%

    33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

    34De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.

    35De kinderen van Senaa, drie duizend zeshonderd en dertig.

    36De priesters. De kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig.

  • 62De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en veertig.

  • 5Van de kinderen van Sechanja, de zoon van Jahaziel; en met hem driehonderd manspersonen.

  • 29De mannen van Kirjath-Jearim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig;

  • 25De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

  • 74%

    21De kinderen van Hananja nu waren Pelatja en Jesaja. De kinderen van Refaja, de kinderen van Arnan, de kinderen van Obadja, de kinderen van Sechanja.

    22De kinderen nu van Sechanja waren Semaja; en de kinderen van Semaja waren Hattus, en Jigeal, en Bariah, en Nearja, en Safat; zes.

  • Neh 7:41-43
    3 verzen
    74%

    41De kinderen van Pashur, duizend, tweehonderd zeven en veertig;

    42De kinderen van Harim, duizend en zeventien;

    43De Levieten: de kinderen van Jesua, van Kadmiel, van de kinderen van Hodeva, vier en zeventig;

  • 66Deze ganse gemeente te zamen was twee en veertig duizend, driehonderd en zestig;

  • Ezra 2:57-58
    2 verzen
    74%

    57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

    58Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • 9Dezen nu in geslachtsregisters gesteld zijnde, naar hun geslachten, hoofden der huizen hunner vaderen, kloeke helden, waren twintig duizend en tweehonderd.

  • 46De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

  • 3Van de kinderen van Sechanja, van de kinderen van Paros, Zacharja; en met hem werden bij geslachtsregisters gerekend, aan manspersonen, honderd en vijftig.

  • 7En Parsandatha, en Dalfon, en Asfata,

  • 38De kinderen van Pashur, duizend tweehonderd zeven en veertig.