Spreuken 14:5

Statenvertaling (States Bible)

Een waarachtig getuige zal niet liegen; maar een vals getuige blaast leugens.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 6:19 : 19 Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.
  • Spr 12:17 : 17 Die waarheid voortbrengt, maakt gerechtigheid bekend; maar een getuige der valsheden, bedrog.
  • Ex 23:1 : 1 Gij zult geen vals gerucht opnemen; en stelt uw hand niet bij den goddeloze, om een getuige tot geweld te zijn.
  • Spr 19:5 : 5 Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal niet ontkomen.
  • Spr 19:9 : 9 Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal vergaan.
  • 1 Kon 21:13 : 13 Toen kwamen de twee mannen, zonen Belials, en zetten zich tegenover hem; en de mannen Belials getuigden tegen hem, tegen Naboth, voor het volk, zeggende: Naboth heeft God en den koning gezegend. En zij voerden hem buiten de stad, en stenigden hem met stenen, dat hij stierf.
  • 1 Kon 22:12-14 : 12 En al de profeten profeteerden alzo, zeggende: Trek op naar Ramoth in Gilead, en gij zult voorspoedig zijn; want de HEERE zal hen in de hand des konings geven. 13 De bode nu, die heengegaan was, om Micha te roepen, sprak tot hem, zeggende: Zie toch, de woorden der profeten zijn uit een mond goed tot den koning; dat toch uw woord zij, gelijk als het woord van een uit hen, en spreek het goede. 14 Doch Micha zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft, hetgeen de HEERE tot mij zeggen zal, dat zal ik spreken.
  • Spr 13:5 : 5 De rechtvaardige haat leugentaal; maar de goddeloze maakt zich stinkende, en doet zich schaamte aan.
  • Spr 14:25 : 25 Een waarachtig getuige redt de zielen; maar die leugens blaast, is een bedrieger.
  • Ex 20:16 : 16 Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 25Een waarachtig getuige redt de zielen; maar die leugens blaast, is een bedrieger.

  • 5Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal niet ontkomen.

  • 9Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal vergaan.

  • 17Die waarheid voortbrengt, maakt gerechtigheid bekend; maar een getuige der valsheden, bedrog.

  • 78%

    15Een enig getuige zal tegen niemand opstaan over enige ongerechtigheid of over enige zonde, van alle zonde, die hij zou mogen zondigen; op den mond van twee getuigen, of op den mond van drie getuigen zal de zaak bestaan.

    16Wanneer een wrevelige getuige tegen iemand zal opstaan, om een afwijking tegen hem te betuigen;

  • 28Een leugenachtig getuige zal vergaan; en een man, die hoort, zal spreken tot overwinning.

  • 19Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.

  • 1Gij zult geen vals gerucht opnemen; en stelt uw hand niet bij den goddeloze, om een getuige tot geweld te zijn.

  • 16Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

  • 5De rechtvaardige haat leugentaal; maar de goddeloze maakt zich stinkende, en doet zich schaamte aan.

  • 20En gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

  • 18Een man, tegen zijn naaste een valse getuigenis sprekende, is een hamer, en zwaard, en scherpe pijl.

  • 18En de rechters zullen wel onderzoeken; en ziet, de getuige is een vals getuige, hij heeft valsheid betuigd tegen zijn broeder;

  • 7Wie bedrog pleegt, zal binnen mijn huis niet blijven; die leugenen spreekt, zal voor mijn ogen niet bevestigd worden.

  • 28Wees niet zonder oorzaak getuige tegen uw naaste; want zoudt gij verleiden met uw lip?

  • 4De boosdoener merkt op de ongerechtige lip; een leugenaar neigt het oor tot de verkeerde tong.

  • 11Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij.

  • 28Een Belialsgetuige bespot het recht; en de mond der goddelozen slokt de ongerechtigheid in.

  • 72%

    56Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig.

    57En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende:

  • 22Valse lippen zijn den HEERE een gruwel; maar die trouwelijk handelen, zijn Zijn welgevallen.

  • 2En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk.

  • 19Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid; maar een valse tong is maar voor een ogenblik.

  • 6Doe niet tot Zijn woorden, opdat Hij u niet bestraffe, en gij leugenachtig bevonden wordt.

  • 71%

    6De onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; Gij haat alle werkers der ongerechtigheid.

  • 5En zij handelen bedriegelijk, een ieder met zijn vriend, en spreken de waarheid niet; zij leren hun tong leugen spreken, zij maken zich moede met verkeerdelijk te handelen.

  • 19Neem tegen een ouderling geen beschuldiging aan, anders dan onder twee of drie getuigen.

  • Ps 15:2-4
    3 verzen
    70%

    2Die oprecht wandelt, en gerechtigheid werkt, en die met zijn hart de waarheid spreekt;

    3Die met zijn tong niet achterklapt, zijn metgezellen geen kwaad doet, en geen smaadrede opneemt tegen zijn naaste;

    4In wiens ogen de verworpene veracht is, maar hij eert degenen, die den HEERE vrezen; heeft hij gezworen tot zijn schade, evenwel verandert hij niet;

  • 6Uw mond verdoemt u, en niet ik; en uw lippen getuigen tegen u.

  • 7Zijt verre van valse zaken; en den onschuldige en gerechtige zult gij niet doden; want Ik zal de goddeloze niet rechtvaardigen.

  • 8Ziet, gij vertrouwt u op valse woorden, die geen nut doen.

  • 6De spotter zoekt wijsheid, en er is gene; maar de wetenschap is voor den verstandige licht.

  • 4Als er geen ossen zijn, zo is de krib rein; maar door de kracht van den os is der inkomsten veel.

  • Joh 5:31-32
    2 verzen
    70%

    31Indien Ik van Mijzelven getuig, Mijn getuigenis is niet waarachtig.

    32Er is een ander, die van Mij getuigt, en Ik weet, dat de getuigenis, welke hij van Mij getuigt, waarachtig is.

  • 11Gij zult niet stelen, en gij zult niet liegen, noch valselijk handelen, een iegelijk tegen zijn naaste.

  • 7Een voortreffelijke lip past een dwaze niet, veelmin een prins een leugenachtige lip.

  • 4Er is niemand, die voor de gerechtigheid roept, en niemand, die voor de waarheid in het gericht zich begeeft; zij vertrouwen op ijdelheid, en spreken leugen; met moeite zijn zij zwanger, en zij baren ongerechtigheid.

  • 1Een bedriegelijke weegschaal is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen is Zijn welgevallen.

  • 14Maar indien gij bitteren nijd en twistgierigheid hebt in uw hart, zo roemt en liegt niet tegen de waarheid.

  • 12Een heerser, die op leugentaal acht geeft, al zijn dienaars zijn goddeloos.

  • 18Die den haat bedekt, is van valse lippen, en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot.

  • 4Indien mijn lippen onrecht zullen spreken, en indien mijn tong bedrog zal uitspreken!

  • 1Als nu een mens zal gezondigd hebben, dat hij gehoord heeft een stem des vloeks, waarvan hij getuige is, hetzij dat hij het gezien of geweten heeft; indien hij het niet te kennen geeft, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen.

  • 28Een valse tong haat degenen, die zij verbrijzelt; en een gladde mond maakt omstoting.

  • 6Op den mond van twee getuigen, of drie getuigen, zal hij gedood worden, die sterven zal; op den mond van een enigen getuige zal hij niet gedood worden.

  • 9Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden.