Spreuken 21:28

Statenvertaling (States Bible)

Een leugenachtig getuige zal vergaan; en een man, die hoort, zal spreken tot overwinning.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 19:5 : 5 Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal niet ontkomen.
  • Spr 19:9 : 9 Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal vergaan.
  • Spr 25:18 : 18 Een man, tegen zijn naaste een valse getuigenis sprekende, is een hamer, en zwaard, en scherpe pijl.
  • Hand 12:15 : 15 En zij zeiden tot haar: Gij raast. Doch zij bleef er sterk bij, dat het alzo was. En zij zeiden: Het is zijn engel.
  • 2 Kor 1:17-20 : 17 Als ik dan dit voorgenomen heb, heb ik ook lichtvaardigheid gebruikt? Of neem ik het naar het vlees voor, hetgeen ik voorneem, opdat bij mij zou wezen, ja, ja, en neen, neen? 18 Doch God is getrouw, dat ons woord, hetwelk tot u is geschied, niet is geweest ja en neen. 19 Want de Zoon van God, Jezus Christus, Die onder u door ons is gepredikt, namelijk door mij, en Silvanus, en Timotheus, was niet ja en neen, maar is geweest ja in Hem. 20 Want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in Hem amen, Gode tot heerlijkheid door ons.
  • 2 Kor 4:13 : 13 Dewijl wij nu denzelfden Geest des geloofs hebben, gelijk er geschreven is: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook, daarom spreken wij ook;
  • Tit 3:8 : 8 Dit is een getrouw woord, en deze dingen wil ik, dat gij ernstelijk bevestigt, opdat degenen, die aan God geloven, zorg dragen, om goede werken voor te staan; deze dingen zijn het, die goed en nuttig zijn den mensen.
  • Ex 23:1 : 1 Gij zult geen vals gerucht opnemen; en stelt uw hand niet bij den goddeloze, om een getuige tot geweld te zijn.
  • Deut 19:16-19 : 16 Wanneer een wrevelige getuige tegen iemand zal opstaan, om een afwijking tegen hem te betuigen; 17 Zo zullen die twee mannen, welke den twist hebben, staan voor het aangezicht des HEEREN, voor het aangezicht der priesters, en der rechters, die in diezelve dagen zullen zijn. 18 En de rechters zullen wel onderzoeken; en ziet, de getuige is een vals getuige, hij heeft valsheid betuigd tegen zijn broeder; 19 Zo zult gijlieden hem doen, gelijk als hij zijn broeder dacht te doen; alzo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen;
  • Spr 6:19 : 19 Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.
  • Spr 12:19 : 19 Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid; maar een valse tong is maar voor een ogenblik.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 9Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal vergaan.

  • Spr 12:17-19
    3 verzen
    79%

    17Die waarheid voortbrengt, maakt gerechtigheid bekend; maar een getuige der valsheden, bedrog.

    18Daar is een, die woorden als steken van een zwaard onbedachtelijk uitspreekt; maar de tong der wijzen is medicijn.

    19Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid; maar een valse tong is maar voor een ogenblik.

  • 5Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal niet ontkomen.

  • 5Een waarachtig getuige zal niet liegen; maar een vals getuige blaast leugens.

  • 25Een waarachtig getuige redt de zielen; maar die leugens blaast, is een bedrieger.

  • 18Een man, tegen zijn naaste een valse getuigenis sprekende, is een hamer, en zwaard, en scherpe pijl.

  • 73%

    15Een enig getuige zal tegen niemand opstaan over enige ongerechtigheid of over enige zonde, van alle zonde, die hij zou mogen zondigen; op den mond van twee getuigen, of op den mond van drie getuigen zal de zaak bestaan.

    16Wanneer een wrevelige getuige tegen iemand zal opstaan, om een afwijking tegen hem te betuigen;

  • 28Een Belialsgetuige bespot het recht; en de mond der goddelozen slokt de ongerechtigheid in.

  • 4De boosdoener merkt op de ongerechtige lip; een leugenaar neigt het oor tot de verkeerde tong.

  • 29Een goddeloos man sterkt zich in zijn aangezicht; maar de oprechte, die maakt zijn weg vast.

  • 19Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.

  • 18En de rechters zullen wel onderzoeken; en ziet, de getuige is een vals getuige, hij heeft valsheid betuigd tegen zijn broeder;

  • 30Al wie de ziel slaat, naar den mond der getuige zal men den doodslager doden, maar een enig getuige zal niet getuigen tegen een ziel, dat zij sterve.

  • 1Gij zult geen vals gerucht opnemen; en stelt uw hand niet bij den goddeloze, om een getuige tot geweld te zijn.

  • 28Wees niet zonder oorzaak getuige tegen uw naaste; want zoudt gij verleiden met uw lip?

  • 31Het oor, dat de bestraffing des levens hoort, zal in het midden der wijzen vernachten.

  • 6Op den mond van twee getuigen, of drie getuigen, zal hij gedood worden, die sterven zal; op den mond van een enigen getuige zal hij niet gedood worden.

  • 28Een valse tong haat degenen, die zij verbrijzelt; en een gladde mond maakt omstoting.

  • 24Die met een dief deelt, haat zijn ziel; hij hoort een vloek, en hij geeft het niet te kennen.

  • 18Die den haat bedekt, is van valse lippen, en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot.

  • 28Het hart des rechtvaardigen bedenkt zich, om te antwoorden; maar de mond der goddelozen zal overvloediglijk kwade dingen uitstorten.

  • 67%

    6De onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; Gij haat alle werkers der ongerechtigheid.

  • 9Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden.

  • 20Wie verdraaid is van hart, zal het goede niet vinden; en die verkeerd is met zijn tong, zal in het kwaad vallen.

  • 28Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend.

  • 21Die een mens schuldig maken om een woord, en leggen dien strikken, die hen bestraft in de poort; en die den rechtvaardige verdrijven in het woeste.

  • 6Te arbeiden om schatten met een valse tong, is een voortgedrevene ijdelheid dergenen, die den dood zoeken.

  • 2Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld.

  • 16Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

  • 18Die oprecht wandelt, zal behouden worden; maar die zich verkeerdelijk gedraagt in twee wegen, zal in den enen vallen.

  • 27Het offer der goddelozen is een gruwel; hoeveel te meer, als zij het met een schandelijk voornemen brengen!

  • 17Hoort naarstiglijk mijn rede, en mijn aanwijzing met uw oren.

  • 6Uw mond verdoemt u, en niet ik; en uw lippen getuigen tegen u.

  • 16Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog een of twee met u; opdat in de mond van twee of drie getuigen alle woord besta.

  • 28Als de goddelozen opkomen, verbergt zich de mens; maar als zij omkomen, vermenigvuldigen de rechtvaardigen.

  • 1Als nu een mens zal gezondigd hebben, dat hij gehoord heeft een stem des vloeks, waarvan hij getuige is, hetzij dat hij het gezien of geweten heeft; indien hij het niet te kennen geeft, zo zal hij zijn ongerechtigheid dragen.

  • 31De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden.

  • 5De rechtvaardige haat leugentaal; maar de goddeloze maakt zich stinkende, en doet zich schaamte aan.

  • 8De woorden des oorblazers zijn als dergenen, die geslagen zijn, en die dalen in het binnenste des buiks.

  • 2Die oprecht wandelt, en gerechtigheid werkt, en die met zijn hart de waarheid spreekt;

  • 6Mijn vijanden spreken kwaad van mij, zeggende: Wanneer zal hij sterven, en zijn naam vergaan?

  • 12Een heerser, die op leugentaal acht geeft, al zijn dienaars zijn goddeloos.

  • 57En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende:

  • 6Doe niet tot Zijn woorden, opdat Hij u niet bestraffe, en gij leugenachtig bevonden wordt.

  • 19Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; vermeng u dan niet met hem, die met zijn lippen verlokt.

  • 11Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij.