Psalmen 103:22
Looft den HEERE, al Zijn werken! aan alle plaatsen Zijner heerschappij. Loof den HEERE, mijn ziel!
Looft den HEERE, al Zijn werken! aan alle plaatsen Zijner heerschappij. Loof den HEERE, mijn ziel!
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
1Een psalm van David. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam.
2Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;
3Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest;
19De HEERE heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd, en Zijn Koninkrijk heerst over alles.
20Looft den HEERE, Zijn engelen! gij krachtige helden, die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem Zijns woords.
21Looft den HEERE, al Zijn heirscharen! gij Zijn dienaars, die Zijn welbehagen doet!
1Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.
1Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.
9Teth. De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken.
10Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen.
1Hallelujah! Looft, gij knechten des HEEREN! looft den Naam des HEEREN.
2De Naam des HEEREN zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid.
3Van den opgang der zon af tot haar nedergang, zij de Naam des HEEREN geloofd.
35De zondaars zullen van de aarde verdaan worden, en de goddelozen zullen niet meer zijn. Loof den HEERE, mijn ziel! Hallelujah!
21Thau. Mijn mond zal den prijs des HEEREN uitspreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos.
24Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen.
1Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!
6Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!
31De heerlijkheid des HEEREN zij tot in der eeuwigheid; de HEERE verblijde Zich in Zijn werken.
2Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderen.
1Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!
2Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen!
3Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!
21Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
1Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!
2Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!
1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.
2Gimel. De werken des HEEREN zijn groot; Daleth. zij worden gezocht van allen, die er lust in hebben.
1Een psalm van David, als hij zijn gelaat veranderd had voor het aangezicht van Abimelech, die hem wegjoeg, dat hij doorging.
34Want de HEERE hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet.
1Looft den HEERE, alle heidenen; prijst Hem, alle natien!
18Geloofd zij de HEERE God, de God Israels, Die alleen wonderen doet.
19En geloofd zij de Naam Zijner heerlijkheid tot in eeuwigheid; en de ganse aarde worde met Zijn heerlijkheid vervuld. Amen, ja, amen.
8Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.
7Mijn ziel! keer weder tot uw rust, want de HEERE heeft aan u welgedaan.
9Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderwerken.
21Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.
22En dat zij lofofferen offeren, en met gejuich Zijn werken vertellen.
48Geloofd zij de HEERE, de God Israels, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid; en al het volk zegge: Amen, Hallelujah!
19Gij huis Israels! looft den HEERE; gij huis Aarons! looft den HEERE.
52Waarmede, o HEERE! Uw vijanden smaden, waarmede zij de voetstappen Uws gezalfden smaden. [ (Psalms 89:53) Geloofd zij de HEERE in eeuwigheid! Amen, ja, amen. ]
3De HEERE zegene u uit Sion, Hij, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft.
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Muth-Labben.
6Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.
24Vertelt Zijn eer onder de heidenen, Zijn wonderwerken onder alle volken.
3Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.
12O Jeruzalem! roem den HEERE; o Sion! loof uw God.
2O mijn ziel! gij hebt tot den HEERE gezegd: Gij zijt de HEERE, mijn goedheid raakt niet tot U;
4Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.
17Tsade. De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken.