Psalmen 119:122

Statenvertaling (States Bible)

Wees borg voor Uw knecht ten goede; laat de hovaardigen mij niet onderdrukken.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 17:3 : 3 Zet toch bij, stel mij een borg bij U; wie zal hij zijn? Dat in mijn hand geklapt worde.
  • Heb 7:22 : 22 Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden.
  • Gen 43:9 : 9 Ik zal borg voor hem zijn; van mijn hand zult gij hem eisen; indien ik hem tot u niet breng en hem voor uw aangezicht stel, zo zal ik alle dagen tegen u gezondigd hebben!
  • Ps 36:11 : 11 Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw gerechtigheid over de oprechten van hart.
  • Ps 119:21 : 21 Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen.
  • Spr 22:26-27 : 26 Wees niet onder degenen, die in de hand klappen, onder degenen, die voor schulden borg zijn. 27 Zo gij niet hadt om te betalen, waarom zou men uw bed van onder u wegnemen?
  • Jes 38:14 : 14 Gelijk een kraan of zwaluw, alzo piepte ik; ik kirde als een duif; mijn ogen verhieven zich omhoog; o HEERE! ik word onderdrukt, wees Gij mijn Borg.
  • Filem 1:18-19 : 18 En indien hij u iets verongelijkt heeft, of schuldig is, reken dat mij toe. 19 Ik, Paulus, heb het geschreven met deze mijn hand, ik zal het betalen; opdat ik u niet zegge, dat gij ook uzelven mij daartoe schuldig zijt.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 121Ain. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.

  • 77%

    133Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.

    134Verlos mij van des mensen overlast, en ik zal Uw bevelen onderhouden.

    135Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen.

  • 75%

    123Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.

    124Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.

    125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.

  • 76Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.

  • 11Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw gerechtigheid over de oprechten van hart.

  • 13Wie zou de afdwalingen verstaan? Reinig mij van de verborgene afdwalingen.

  • Ps 119:84-85
    2 verzen
    73%

    84Hoe vele zullen de dagen Uws knechts zijn? Wanneer zult Gij recht doen over mijn vervolgers?

    85De hovaardigen hebben mij putten gegraven, hetwelk niet is naar Uw wet.

  • Ps 119:21-23
    3 verzen
    73%

    21Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen.

    22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.

    23Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht.

  • 78Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden.

  • 21Laat den verdrukte niet beschaamd wederkeren; laat den ellendige en nooddruftige Uw Naam prijzen.

  • Ps 119:38-39
    2 verzen
    72%

    38Bevestig Uw toezeggingen aan Uw knecht, die Uw vreze toegedaan is.

    39Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.

  • 72%

    116Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope.

    117Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.

  • 24Doe mij recht naar Uw gerechtigheid, HEERE, mijn God! en laat hen zich over mij niet verblijden.

  • 16Mijn tijden zijn in Uw hand; red mij van de hand mijner vijanden, en van mijn vervolgers.

  • 22Beroof den arme niet, omdat hij arm is; en verbrijzel den ellendige niet in de poort.

  • 170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.

  • Ps 119:42-43
    2 verzen
    70%

    42Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.

    43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.

  • Ps 140:4-5
    2 verzen
    70%

    4Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela.

    5Bewaar mij, HEERE! van de handen des goddelozen; behoed mij van den man alles gewelds; van hen, die mijn voeten denken weg te stoten.

  • 161Schin. De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord.

  • 12En roei mijn vijanden uit, om Uw goedertierenheid, en breng hen om, allen, die mijn ziel beangstigen; want ik ben Uw knecht.

  • 11Laat het gekerm der gevangenen voor Uw aanschijn komen; behoud overig de kinderen des doods, naar de grootheid Uws arms.

  • 18Om den wees en verdrukte recht te doen; opdat een mens van de aarde niet meer voortvare geweld te bedrijven.

  • 27Laat hen vrolijk zingen en verblijd zijn, die lust hebben tot mijn gerechtigheid; en laat hen geduriglijk zeggen: Groot gemaakt zij de HEERE, Die lust heeft tot den vrede Zijns knechts!

  • 17Wees Gij mij niet tot een verschrikking; Gij zijt mijn Toevlucht ten dage des kwaads.

  • 2En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.

  • 69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.

  • 14O God! de hovaardigen staan tegen mij op, en de vergaderingen der tirannen zoeken mijn ziel; en zij stellen U niet voor hun ogen.

  • Ps 25:20-21
    2 verzen
    70%

    20Schin. Bewaar mijn ziel, en red mij; laat mij niet beschaamd worden, want ik betrouw op U.

    21Thau. Laat oprechtigheid en vroomheid mij behoeden, want ik verwacht U.

  • 11Uw gerechtigheid bedek ik niet in het midden mijns harten; Uw waarheid en Uw heil spreek ik uit; Uw weldadigheid en Uw trouw verheel ik niet in de grote gemeente.

  • 51De hovaardigen hebben mij boven mate zeer bespot; nochtans ben ik van Uw wet niet geweken.

  • 6De HEERE is bij mij, ik zal niet vrezen; wat zal mij een mens doen?

  • 8En nu, wat verwacht ik, o HEERE! Mijn hoop, die is op U.

  • 2Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunstgenoot, o Gij, mijn God! verlos Uw knecht die op U betrouwt.

  • 4Aanschouw, verhoor mij, HEERE, mijn God; verlicht mijn ogen, opdat ik in de dood niet ontslape;

  • 9Voor het aangezicht der goddelozen, die mij verwoesten, mijner doodsvijanden, die mij omringen.

  • 12Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden; een boos man des gewelds, dien zal men jagen, totdat hij geheel verdreven is.

  • 154Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging.

  • 7Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.