Psalmen 12:6

Statenvertaling (States Bible)

Om de verwoesting der ellendigen, om het kermen der nooddruftigen, zal Ik nu opstaan, zegt de HEERE; Ik zal in behoudenis zetten, dien hij aanblaast.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 30:5 : 5 Alle rede Gods is doorlouterd; Hij is een Schild dengenen, die op Hem betrouwen.
  • Ps 18:30 : 30 Want met U loop ik door een bende, en met mijn God spring ik over een muur.
  • Ps 19:8 : 8 De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten wijsheid gevende.
  • 2 Sam 22:31 : 31 Gods weg is volmaakt; de rede des HEEREN is doorlouterd; Hij is een Schild allen, die op Hem betrouwen.
  • Ps 66:10 : 10 Want Gij hebt ons beproefd, o God! Gij hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert;
  • Ps 119:140 : 140 Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 7De redenen des HEEREN zijn reine redenen, zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal.

  • 5Alle rede Gods is doorlouterd; Hij is een Schild dengenen, die op Hem betrouwen.

  • 3De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; maar de HEERE proeft de harten.

  • 140Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.

  • 10Want Gij hebt ons beproefd, o God! Gij hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert;

  • 3En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij den HEERE spijsoffer toebrengen in gerechtigheid.

  • 4Doe het schuim van het zilver weg, en er zal een vat voor den smelter uitkomen;

  • 26Des bozen gedachten zijn den HEERE een gruwel; maar der reinen zijn liefelijke redenen.

  • Jer 6:29-30
    2 verzen
    72%

    29De blaasbalg is verbrand, het lood is van het vuur verteerd; te vergeefs heeft de smelter zo vlijtiglijk gesmolten, dewijl de bozen niet afgetrokken zijn.

    30Men noemt ze een verworpen zilver; want de HEERE heeft hen verworpen.

  • 72%

    22Gelijk het zilver in het midden des ovens gesmolten wordt, alzo zult gijlieden in het midden van haar gesmolten worden; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, Mijn grimmigheid over u uitgegoten heb.

    23Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • Ps 17:3-4
    2 verzen
    71%

    3Gij hebt mijn hart geproefd, des nachts bezocht, Gij hebt mij getoetst. Gij vindt niets; hetgeen ik gedacht heb, overtreedt mijn mond niet.

    4Aangaande de handelingen des mensen, ik heb mij, naar het woord Uwer lippen, gewacht voor de paden des inbrekers;

  • 7Daarom zegt de HEERE der heirscharen alzo: Ziet, Ik zal hen smelten en zal hen beproeven; want hoe zou Ik anders doen ten aanzien der dochter Mijns volks?

  • 4Want gij hebt gezegd: Mijn leer is zuiver, en ik ben rein in uw ogen.

  • 30Want met U loop ik door een bende, en met mijn God spring ik over een muur.

  • 25En Ik zal Mijn hand tegen u keren, en Ik zal uw schuim op het allerreinste afzuiveren, en Ik zal al uw tin wegnemen.

  • 10Ziet, Ik heb u gelouterd, doch niet als zilver, Ik heb u gekeurd in den smeltkroes der ellende.

  • Ps 19:7-10
    4 verzen
    70%

    7Haar uitgang is van het einde des hemels, en haar omloop tot aan de einden deszelven; en niets is verborgen voor haar hitte.

    8De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten wijsheid gevende.

    9De bevelen des HEEREN zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen.

    10De vreze des HEEREN is rein, bestaande tot in eeuwigheid, de rechten des HEEREN zijn waarheid, samen zijn zij rechtvaardig.

  • 31Gods weg is volmaakt; de rede des HEEREN is doorlouterd; Hij is een Schild allen, die op Hem betrouwen.

  • 7De stem des HEEREN houwt er vlammen vuurs uit.

  • Spr 8:6-8
    3 verzen
    70%

    6Hoort, want ik zal vorstelijke dingen spreken, en de opening Mijner lippen zal enkel billijkheid zijn.

    7Want Mijn gehemelte zal de waarheid bedachtelijk uitspreken, en de goddeloosheid is Mijn lippen een gruwel.

    8Al de redenen Mijns monds zijn in gerechtigheid; er is niets verdraaids, noch verkeerds in.

  • 21De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; alzo is een man naar zijn lof te proeven.

  • 72De wet Uws monds is mij beter, dan duizenden van goud of zilver.

  • 23Alle ding, dat het vuur lijdt, zult gij door het vuur laten doorgaan, dat het rein worde; evenwel zal het door het water der afzondering ontzondigd worden; maar al wat het vuur niet lijdt, zult gij door het water laten doorgaan.

  • 7Mem. De werken Zijner handen zijn waarheid en oordeel; Nun. al Zijn bevelen zijn getrouw.

  • 22Uw zilver is geworden tot schuim; uw wijn is vermengd met water.

  • 27Bij den reine houdt Gij U rein; maar bij den verkeerde houdt Gij U verdraaid.

  • 5Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?

  • 7Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus;

  • 1Aleph. Hoe is het goud zo verdonkerd, het goede fijne goud zo veranderd! Hoe zijn de stenen des heiligdoms vooraan op alle straten verworpen!

  • 119Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.

  • 69%

    17Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

    18Mensenkind, die van het huis Israels zijn Mij tot schuim geworden; zij zijn allen koper, of tin, of ijzer, of lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden.

  • 13Gij zijt te rein van ogen, dan dat Gij het kwade zoudt zien, en de kwelling kunt Gij niet aanschouwen; waarom zoudt Gij aanschouwen die trouwelooslijk handelen? Waarom zoudt Gij zwijgen, als de goddeloze dien verslindt, die rechtvaardiger is dan hij?

  • 29Want onze God is een verterend vuur.

  • 6Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.

  • 11Zou ik rein zijn, met een goddeloze weegschaal en met een zak van bedriegelijke weegstenen?

  • 89Lamed. O HEERE! Uw woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen.

  • 5Uw getuigenissen zijn zeer getrouw; de heiligheid is Uw huize sierlijk, HEERE! tot lange dagen.

  • 4De HEERE is in het paleis Zijner heiligheid, des HEEREN troon is in den hemel; Zijn ogen aanschouwen, Zijn oogleden proeven de mensenkinderen.

  • 3Mijn redenen zullen de oprechtigheid mijns harten, en de wetenschap mijner lippen, wat zuiver is, uitspreken.

  • 14Daarom zegt de HEERE, de God der heirscharen, alzo, omdat gijlieden dit woord spreekt: Ziet, Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het zal hen verteren.

  • 20De tong des rechtvaardigen is uitgelezen zilver; het hart der goddelozen is weinig waard.