2 Samuël 23:35

Statenvertaling (States Bible)

Hezrai, de Karmeliet; Paerai, de Arbiet;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 11:37 : 37 Hezro, de Karmeliet; Naari, de zoon van Ezbai;
  • Joz 15:55 : 55 Maon, Karmel, en Zif, en Juta,

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 85%

    35Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

    36Hefer, de Mecherathiet; Ahia, de Peloniet;

    37Hezro, de Karmeliet; Naari, de zoon van Ezbai;

  • 77%

    25Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;

    26Helez, de Paltiet; Ira, de zoon van Ikes, de Thekoiet;

    27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;

    28Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;

    29Heleb, de zoon van Baena, de Netofathiet; Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins;

    30Benaja, de Pirhathoniet; Hiddai, van de beken van Gaas;

    31Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;

    32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;

    33Samma, de Harariet; Ahiam, de zoon van Sarar, de Harariet;

    34Elifelet, de zoon van Ahasbai, de zoon van een Maachathiet; Eliam, de zoon van Achitofel, de Giloniet;

  • 76%

    27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;

    28Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; Abiezer, de Anathothiet;

    29Sibbechai, de Husathiet; Ilai, de Ahohiet;

    30Maharai, de Netofathiet; Heled, de zoon van Baana, de Netofathiet;

    31Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins; Benaja, de Pirhathoniet;

    32Hurai, van de beken van Gaas; Abiel; de Arbathiet;

    33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;

  • 74%

    36Jig-al, de zoon van Nathan, van Zoba; Bani, de Gadiet;

    37Zelek, de Ammoniet; Naharai, de Beerothiet, de wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    38Ira, de Jethriet; Gareb, de Jethriet;

  • 5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

  • 71%

    39Zelek, de Ammoniet; Nahrai, de Berothiet, wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    40Ira, de Jithriet; Gareb, de Jithriet;

    41Uria, de Hethiet; Zabad, de zoon van Ahlai;

  • 15Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 5Harim, Meremoth, Obadja,

  • 17Ater, Hizkia, Azzur,

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 6Van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Karmi het geslacht der Karmieten.

  • 23En de kinderen van Nearja waren Eljoenai, en Hizkia, en Azrikam; drie.

  • 15Het zeventiende voor Hezir, het achttiende voor Happizzes,

  • 68%

    22En Jispan, en Eber, en Eliel,

    23En Abdon, en Zichri, en Hanan,

  • 20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;

  • 8De kinderen van Ethan nu waren Azaria.

  • 20Magpias, Mesullam, Hezir,

  • 40Machnadbai, Sasai, Sarai,

  • 17En Zadok, zoon van Ahitub, en Achimelech, zoon van Abjathar, waren priesters; en Seraja was schrijver.

  • 15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,

  • 25Rehum, Hasabna, Maaseja,

  • 5En Gera, en Sefufan, en Huram.

  • 2Amarja, Malluch, Hattus,

  • 25En Seja was schrijver; en Zadok en Abjathar waren priesters.

  • 27Malluch, Harim, Baana.

  • 27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,