Job 36:33

Statenvertaling (States Bible)

Daarvan verkondigt Zijn geklater, en het vee; ook van den opgaanden damp

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 37:2 : 2 Hoort met aandacht de beweging Zijner stem, en het geluid, dat uit Zijn mond uitgaat!
  • Jer 14:4-6 : 4 Omdat het aardrijk gescheurd is, dewijl er geen regen op de aarde is; de akkerlieden zijn beschaamd, zij bedekken hun hoofd. 5 Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is. 6 En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is.
  • Joël 1:18 : 18 O, hoe zucht het vee, de runderkudden zijn bedwelmd, want zij hebben geen weide, ook zijn de schaapskudden verwoest.
  • Joël 2:22 : 22 Vreest niet, gij beesten des velds! want de weiden der woestijn zullen weder jong gras voortbrengen; want het geboomte zal zijn vrucht dragen, de wijnstok en vijgeboom zullen hun vermogen geven.
  • 2 Sam 22:14 : 14 De HEERE donderde van den hemel, en de Allerhoogste gaf Zijn stem.
  • 1 Kon 18:41-45 : 41 Daarna zeide Elia tot Achab: Trek op, eet en drink; want er is een geruis van een overvloedigen regen. 42 Alzo toog Achab op, om te eten en te drinken; maar Elia ging op naar de hoogte van Karmel, en breidde zich uit voorwaarts ter aarde; daarna legde hij zijn aangezicht tussen zijn knieen. 43 En hij zeide tot zijn jongen: Ga nu op, en zie uit naar de zee. Toen ging hij op, en zag uit, en zeide: Er is niets. Toen zeide hij: Ga weder henen, zevenmaal. 44 En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk, als eens mans hand, gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg tot Achab: Span aan, en kom af, dat u de regen niet ophoude. 45 En het geschiedde ondertussen, dat de hemel van wolken en wind zwart werd; en er kwam een grote regen; en Achab reed weg, en toog naar Jizreel.
  • Job 36:29 : 29 Kan men ook verstaan de uitbreidingen der wolken, en de krakingen Zijner hutte?

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 32Met handen bedekt Hij het licht, en doet aan hetzelve verbod door dengene, die tussen doorkomt.

  • Job 36:27-30
    4 verzen
    77%

    27Want Hij trekt de druppelen der wateren op, die den regen na zijn damp uitgieten;

    28Welke de wolken uitgieten, en over den mens overvloediglijk afdruipen.

    29Kan men ook verstaan de uitbreidingen der wolken, en de krakingen Zijner hutte?

    30Zie, Hij breidt over hem Zijn licht uit, en de wortelen der zee bedekt Hij.

  • 16Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.

  • Job 37:2-6
    5 verzen
    75%

    2Hoort met aandacht de beweging Zijner stem, en het geluid, dat uit Zijn mond uitgaat!

    3Dat zendt Hij rechtuit onder den gansen hemel, en Zijn licht over de einden der aarde.

    4Daarna brult Hij met de stem; Hij dondert met de stem Zijner hoogheid, en vertrekt die dingen niet, als Zijn stem zal gehoord worden.

    5God dondert met Zijn stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet.

    6Want Hij zegt tot de sneeuw: Wees op de aarde; en tot den plasregens des regens; dan is er de plasregen Zijner sterke regenen.

  • 13Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.

  • Job 38:34-35
    2 verzen
    74%

    34Kunt gij uw stem tot de wolken opheffen, opdat een overvloed van water u bedekke?

    35Kunt gij de bliksemen uitlaten, dat zij henenvaren, en tot u zeggen: Zie, hier zijn wij?

  • 18O, hoe zucht het vee, de runderkudden zijn bedwelmd, want zij hebben geen weide, ook zijn de schaapskudden verwoest.

  • Job 37:11-12
    2 verzen
    73%

    11Ook vermoeit Hij de dikke wolken door klaarheid; Hij verstrooit de wolk Zijns lichts.

    12Die keert zich dan naar Zijn wijzen raad door ommegangen, dat zij doen al wat Hij ze gebiedt, op het vlakke der wereld, op de aarde.

  • Job 37:21-22
    2 verzen
    73%

    21En nu ziet men het licht niet als het helder is in den hemel, als de wind doorgaat, en dien zuivert;

    22Als van het noorden het goud komt; maar bij God is een vreselijke majesteit!

  • 8Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet!

  • 7Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort.

  • 18De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarhenen.

  • 30En de HEERE zal Zijn heerlijke stem doen horen, en de nederlating Zijns arms doen zien, met grimmigheid van toorn, en een vlam van verterend vuur, stralen, en een vloed, en hagelstenen.

  • 25Het belacht de vreze, en wordt niet ontsteld, en keert niet wederom vanwege het zwaard.

  • 12Duisternis zette Hij tot Zijn verberging; rondom Hem was Zijn tent, duisterheid der wateren, wolken des hemels.

  • 48Ook gaf Hij hun vee den hagel over, en hun beesten aan de vurige kolen.

  • 7Die de bergen vastzet door Zijn kracht, omgord zijnde met macht.

  • 14De wolken zijn Hem een verberging, dat Hij niet ziet; en Hij bewandelt den omgang der hemelen.

  • Job 37:8-9
    2 verzen
    70%

    8En het gedierte gaat in de loerplaatsen, en blijft in zijn holen.

    9Uit de binnenkamer komt de wervelwind, en van de verstrooiende winden de koude.

  • 30En zij zullen tegen hetzelve te dien dage bruisen, als het bruisen der zee. Dan zal men de aarde aanzien, maar ziet, er zal duisternis en benauwdheid zijn, en het licht zal verduisterd worden in hun verwoestingen.

  • 10Het wild gedierte en alle vee; kruipend gedierte en gevleugeld gevogelte!

  • 24Waar is de weg, daar het licht verdeeld wordt, en de oostenwind zich verstrooit op de aarde?

  • 32Dat de zee bruise met haar volheid, dat het veld huppele van vreugde, met al wat daarin is.

  • 14Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?

  • 2Er is het geklap der zweep, en het geluid van het bulderen der raderen; en de paarden stampen, en de wagens springen op.

  • Job 26:8-9
    2 verzen
    69%

    8Hij bindt de wateren in Zijn wolken; nochtans scheurt de wolk daaronder niet.

    9Hij houdt het vlakke Zijns troons vast; Hij spreidt Zijn wolk daarover.

  • Job 37:15-17
    3 verzen
    69%

    15Weet gij, wanneer God over dezelve orde stelt, en het licht Zijner wolk laat schijnen?

    16Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken; de wonderheden Desgenen, Die volmaakt is in wetenschappen?

    17Hoe uw klederen warm worden, als Hij de aarde stil maakt uit het zuiden?

  • 12En Hij zette duisternis rondom Zich tot tenten, een samenbinding der wateren, wolken des hemels.

  • 26Als Hij den regen een gezette orde maakte, en een weg voor het weerlicht der donderen;

  • 7En waarlijk, vraag toch de beesten, en elkeen van die zal het u leren; en het gevogelte des hemels, dat zal het u te kennen geven.

  • 7De zee bruise met haar volheid, de wereld met degenen, die daarin wonen.

  • 69%

    7Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen; Gij hebt alles onder zijn voeten gezet;

  • 20Ook schreeuwt elk beest des velds tot U; want de waterstromen zijn uitgedroogd, en een vuur heeft de weiden der woestijn verteerd.

  • 7Haar jongen worden kloek, worden groot door het koren; zij gaan uit, en keren niet weder tot dezelve.

  • 20De werpstenen worden van hem geacht als stoppelen, en hij belacht de drilling der lans.

  • 20Want God heeft haar van wijsheid ontbloot, en heeft haar des verstands niet medegedeeld.