Nehemia 7:36

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 2:34 : 34 De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ezra 2:32-36
    5 verzen
    94%

    32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

    33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

    34De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.

    35De kinderen van Senaa, drie duizend zeshonderd en dertig.

    36De priesters. De kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig.

  • Neh 7:33-35
    3 verzen
    83%

    33De mannen van het andere Nebo, twee en vijftig;

    34De kinderen des anderen Elams, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    35De kinderen van Harim, driehonderd en twintig;

  • Neh 7:37-43
    7 verzen
    81%

    37De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;

    38De kinderen van Senaa, drie duizend, negenhonderd en dertig;

    39De priesters: de kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig;

    40De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;

    41De kinderen van Pashur, duizend, tweehonderd zeven en veertig;

    42De kinderen van Harim, duizend en zeventien;

    43De Levieten: de kinderen van Jesua, van Kadmiel, van de kinderen van Hodeva, vier en zeventig;

  • Ezra 2:3-5
    3 verzen
    76%

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

    5De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

  • Neh 7:29-30
    2 verzen
    76%

    29De mannen van Kirjath-Jearim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig;

    30De mannen van Rama en Gaba, zeshonderd en twintig;

  • 25De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

  • Neh 7:7-10
    4 verzen
    75%

    7Dewelke kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raamja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehim en Baena. Dit is het getal der mannen van het volk van Israel.

    8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

    9De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig;

    10De kinderen van Arach, zeshonderd twee en vijftig;

  • Neh 7:12-14
    3 verzen
    75%

    12De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

    14De kinderen van Zakkai, zevenhonderd en zestig;

  • Neh 7:22-25
    4 verzen
    74%

    22De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;

    23De kinderen van Bezai, driehonderd vier en twintig;

    24De kinderen van Harif, honderd en twaalf;

    25De kinderen van Gibeon, vijf en negentig;

  • Ezra 2:39-40
    2 verzen
    73%

    39De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

    40De Levieten. De kinderen van Jesua en Kadmiel, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.

  • Neh 7:18-20
    3 verzen
    73%

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

    20De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;

  • 18De kinderen van Jora, honderd en twaalf.

  • 60Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • Ezra 2:7-9
    3 verzen
    72%

    7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

  • 45De poortiers: de kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai, honderd acht en dertig;

  • Neh 7:66-67
    2 verzen
    71%

    66Deze ganse gemeente te zamen was twee en veertig duizend, driehonderd en zestig;

    67Behalve hun knechten en hun maagden, die waren zeven duizend, driehonderd zeven en dertig; en zij hadden tweehonderd vijf en veertig zangers en zangeressen.

  • 27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 47De kinderen van Keros, de kinderen van Sia, de kinderen van Padon;

  • 7Dit zijn de geslachten der Rubenieten; en hun getelden waren drie en veertig duizend zevenhonderd en dertig.

  • 37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.

  • 36Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, twee duizend zevenhonderd en vijftig.