Numeri 32:38

Statenvertaling (States Bible)

En Nebo, en Baal-Meon, veranderd zijnde van naam, en Sibma; en zij noemden de namen der steden, die zij bouwden, met andere namen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 32:3 : 3 Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon;
  • Jes 46:1 : 1 Bel is gekromd, Nebo wordt nedergebogen, hun afgoden zijn geworden voor de dieren en voor de beesten; uw opgeladen pakken zijn een last voor de vermoeide beesten.
  • Joz 23:7 : 7 Dat gij niet ingaat tot deze volken: deze, die overgebleven zijn bij ulieden; gedenkt ook niet aan den naam hunner goden, en doet er niet bij zweren, en dient hen niet, en buigt u voor die niet;
  • Ex 23:13 : 13 In alles, wat Ik tot ulieden gezegd heb, zult gij op uw hoede zijn; en den naam van andere goden zult gij niet gedenken; uit uw mond zal hij niet gehoord worden!
  • Num 22:41 : 41 En het geschiedde des morgens, dat Balak Bileam nam, en voerde hem op de hoogten van Baal, dat hij van daar zag het uiterste des volks.
  • Ps 16:4 : 4 De smarten dergenen, die een anderen God begiftigen, zullen vermenigvuldigd worden; ik zal hun drankofferen van bloed niet offeren, en hun namen op mijn lippen niet nemen.
  • Gen 26:18 : 18 Als nu Izak wedergekeerd was, groef hij die waterputten op, die zij ten tijde van Abraham, zijn vader, gegraven, en die de Filistijnen na Abrahams dood toegestopt hadden; en hij noemde derzelver namen naar de namen, waarmede zijn vader die genoemd had.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 3Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon;

  • Num 32:34-37
    4 verzen
    74%

    34En de kinderen van Gad bouwden Dibon, en Ataroth, en Aroer,

    35En Atroth-Sofan, en Jaezer, en Jogbeha,

    36En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.

    37En de kinderen van Ruben bouwden Hezbon, en Eleale, en Kirjathaim,

  • Num 32:41-42
    2 verzen
    73%

    41Jair nu, de zoon van Manasse, ging heen en nam hunlieder dorpen in, en hij noemde die Havvoth-Jair.

    42En Nobah ging heen, en nam Kenath in, met haar onderhorige plaatsen, en noemde ze Nobah naar zijn naam.

  • 34Hadid, Zeboim, Neballat,

  • Joz 13:17-20
    4 verzen
    70%

    17Hesbon en al haar steden, die in het vlakke land zijn, Dibon, en Bamoth-Baal, en Beth-Baal-meon,

    18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,

    19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,

    20En Beth-Peor, en Asdoth-Pisga, en Beth-Jesimoth;

  • 39En de kinderen van Machir, den zoon van Manasse, gingen naar Gilead, en namen dat in, en zij verdreven de Amorieten, die daarin waren, uit de bezitting.

  • 33En hij noemde denzelven Seba; daarom is de naam dier stad Ber-seba, tot op dezen dag.

  • Jer 48:22-23
    2 verzen
    68%

    22En over Dibon, en over Nebo, en over Beth-Diblathaim,

    23En over Kirjathaim, en over Beth-Gamul, en over Beth-Meon,

  • 32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.

  • 31En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.

  • 28En tot die te Aroer, en tot die te Sifmoth, en tot die te Esthemoa,

  • 26En van Hesbon af tot Ramath-Mizpa en Betonim; en van Mahanaim tot aan de landpale van Debir;

  • Joz 19:37-38
    2 verzen
    66%

    37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,

    38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.

  • 9(De Zidoniers noemen Hermon Sirjon; maar de Amorieten noemen hem Senir.)

  • 16Toen traden zij toe tot hem, en zeiden: Wij zullen hier schaapskooien bouwen voor ons vee, en steden voor onze kinderen.

  • 22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,

  • 41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.

  • 47En zij verreisden van Almon-Diblathaim, en legerden zich in de bergen Abarim, tegen Nebo.

  • Joz 15:36-37
    2 verzen
    65%

    36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.

    37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,

  • 29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

  • 44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,

  • 5Al die steden waren met hoge muren, poorten en grendelen gesterkt, behalve zeer vele onbemuurde steden.

  • 26En te Jesua, en te Molada, en te Beth-Pelet,

  • 17En Ik zal te dien dage een verbond voor hen maken met het wild gedierte des velds, en met het gevogelte des hemels, en het kruipend gedierte des aardbodems; en Ik zal den boog, en het zwaard, en den krijg van de aarde verbreken, en zal hen in zekerheid doen nederliggen.

  • 18En Baalath, en Tamor in de woestijn, in dat land;

  • 25Gibeon, en Rama, en Beeroth,

  • 7En de overste der kamerlingen gaf hun andere namen, en Daniel noemde hij Beltsazar, en Hananja Sadrach, en Misael Mesach, en Azarja Abed-nego.