Spreuken 13:17

Statenvertaling (States Bible)

Een goddeloze bode zal in het kwaad vallen; maar een trouw gezant is medicijn.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 25:13 : 13 Een trouw gezant is dengenen, die hem zenden, als de koude der sneeuw ten dage des oogstes; want hij verkwikt zijns heren ziel.
  • Spr 25:23 : 23 De noordenwind verdrijft den regen, en een vergramd aangezicht de verborgen tong.
  • Spr 26:6 : 6 Hij snijdt zich de voeten af, en drinkt geweld, die boodschappen zendt door de hand van een zot.
  • Jer 23:13-16 : 13 Ik heb wel ongerijmdheid gezien in de profeten van Samaria, die door Baal, profeteerden, en Mijn volk Israel verleidden. 14 Maar in de profeten van Jeruzalem zie Ik afschuwelijkheid; zij bedrijven overspel, en gaan om met valsheid, en sterken de handen der boosdoeners, opdat zij zich niet bekeren, een iegelijk van zijn boosheid; zij allen zijn Mij als Sodom, en haar inwoners als Gomorra. 15 Daarom zegt de HEERE der heirscharen van deze profeten alzo: Ziet, Ik zal hen met alsem spijzigen, en met gallewater drenken; want van Jeruzalems profeten is de huichelarij uitgegaan in het ganse land. 16 Zo zegt de HEERE der heirscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken u ijdel; zij spreken het gezicht huns harten, niet uit des HEEREN mond.
  • Jer 23:28 : 28 De profeet, bij welken een droom is, die vertelle den droom; en bij welken Mijn woord is, die spreke Mijn woord waarachtiglijk; wat heeft het stro met het koren te doen? spreekt de HEERE.
  • Ezech 3:18 : 18 Als Ik tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven, en gij waarschuwt hem niet, en spreekt niet, om den goddeloze van zijn goddelozen weg te waarschuwen, opdat gij hem in het leven behoudt; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.
  • Ezech 33:7-8 : 7 Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen. 8 Als Ik tot den goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven! en gij spreekt niet, om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.
  • 1 Kor 4:2 : 2 En voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.
  • 2 Kor 2:17 : 17 Want wij dragen niet, gelijk velen, het Woord Gods te koop, maar als uit oprechtheid, maar als uit God, in de tegenwoordigheid Gods, spreken wij het in Christus.
  • 2 Kor 5:20 : 20 Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.
  • 1 Tim 1:12 : 12 En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd heeft, namelijk Christus Jezus, onzen Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de bediening gesteld hebbende;
  • 2 Tim 2:2 : 2 En hetgeen gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, betrouw dat aan getrouwe mensen, welke bekwaam zullen zijn om ook anderen te leren.
  • Spr 10:26 : 26 Gelijk edik den tanden, en gelijk rook den ogen is zo is de luie dengenen, die hem uitzenden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 11Zekerlijk, de wederspannige zoekt het kwaad; maar een wrede bode zal tegen hem gezonden worden.

  • 18Armoede en schande is desgenen, die de tucht verwerpt; maar die de bestraffing waarneemt; zal geeerd worden.

  • 20Wie verdraaid is van hart, zal het goede niet vinden; en die verkeerd is met zijn tong, zal in het kwaad vallen.

  • 13Een trouw gezant is dengenen, die hem zenden, als de koude der sneeuw ten dage des oogstes; want hij verkwikt zijns heren ziel.

  • 6Hij snijdt zich de voeten af, en drinkt geweld, die boodschappen zendt door de hand van een zot.

  • 23De goddeloze zal het geschenk uit den schoot nemen, om de paden des rechts te buigen.

  • 13Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; maar die getrouw is van geest, bedekt de zaak.

  • 4De boosdoener merkt op de ongerechtige lip; een leugenaar neigt het oor tot de verkeerde tong.

  • Spr 13:15-16
    2 verzen
    69%

    15Goed verstand geeft aangenaamheid; maar de weg der trouwelozen is streng.

    16Al wie kloekzinnig is, handelt met wetenschap; maar een zot breidt dwaasheid uit.

  • 6De wonden des liefhebbers zijn getrouw; maar de kussingen des haters zijn af te bidden.

  • Spr 13:5-6
    2 verzen
    68%

    5De rechtvaardige haat leugentaal; maar de goddeloze maakt zich stinkende, en doet zich schaamte aan.

    6De gerechtigheid bewaart den oprechte van weg; maar de goddeloosheid zal den zondaar omkeren.

  • 17Die waarheid voortbrengt, maakt gerechtigheid bekend; maar een getuige der valsheden, bedrog.

  • 17Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen; en een man van schandelijke verdichtselen zal gehaat worden.

  • Spr 11:18-19
    2 verzen
    68%

    18De goddeloze doet een vals werk; maar voor degene, die gerechtigheid zaait, is trouwe loon.

    19Alzo is de gerechtigheid ten leven, gelijk die het kwade najaagt, naar zijn dood jaagt.

  • 13Die kwaad voor goed vergeldt, het kwaad zal van zijn huis niet wijken.

  • Spr 10:9-10
    2 verzen
    68%

    9Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden.

    10Die met het oog wenkt, richt smart aan; en een dwaas van lippen zal omgeworpen worden.

  • Spr 11:27-29
    3 verzen
    67%

    27Wie het goede vroeg nazoekt, zoekt welgevalligheid; maar wie het kwade natracht, dien zal het overkomen.

    28Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen; maar de rechtvaardigen zullen groenen als loof.

    29Wie zijn huis beroert, zal wind erven; en de dwaas zal een knecht zijn desgenen, die wijs van hart is.

  • 26De rechtvaardige, wankelende voor het aangezicht des goddelozen, is een beroerde fontein, en verdorven springader.

  • 21Het kwaad zal de zondaars vervolgen; maar den rechtvaardige zal men goed vergelden.

  • Spr 16:27-28
    2 verzen
    67%

    27Een Belialsman graaft kwaad; en op zijn lippen is als brandend vuur.

    28Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend.

  • 10Die de oprechten doet dwalen op een kwaden weg, zal zelf in zijn gracht vallen; maar de vromen zullen het goede beerven.

  • 14De grimmigheid des konings is als de boden des doods; maar een wijs man zal die verzoenen.

  • Spr 10:17-18
    2 verzen
    67%

    17Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.

    18Die den haat bedekt, is van valse lippen, en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot.

  • 13In de overtreding der lippen is de strik des bozen; maar de rechtvaardige zal uit de benauwdheid uitkomen.

  • 3De oprechtheid der oprechten leidt hen; maar de verkeerdheid der trouwelozen verstoort hen.

  • Spr 25:18-19
    2 verzen
    67%

    18Een man, tegen zijn naaste een valse getuigenis sprekende, is een hamer, en zwaard, en scherpe pijl.

    19Het vertrouwen op een trouweloze, ten dage der benauwdheid, is als een gebroken tand en verstuikte voet.

  • 27Die een kuil graaft, zal er in vallen, en die een steen wentelt, op hem zal hij wederkeren.

  • 8De woorden des oorblazers zijn als dergenen, die geslagen zijn, en die dalen in het binnenste des buiks.

  • 12Een Belialsmens, een ondeugdzaam man gaat met verkeerdheid des monds om;

  • 21Den rechtvaardigen zal geen leed wedervaren; maar de goddelozen zullen met kwaad vervuld worden.

  • 15Als iemand voor een vreemde borg geworden is, hij zal zekerlijk verbroken worden; maar wie degenen haat, die in de hand klappen, is zeker.

  • 20Een gans getrouw man zal veelvoudig zijn in zegeningen; maar die haastig is, om rijk te worden, zal niet onschuldig wezen.

  • 5De gerechtigheid des oprechten maakt zijn weg recht; maar de goddeloze valt door zijn goddeloosheid.

  • 13Die het woord veracht, die zal verdorven worden; maar wie het gebod vreest, dien zal vergolden worden.

  • 1De arme, in zijn oprechtheid wandelende, is beter dan de verkeerde van lippen, en die een zot is.

  • 6In het huis des rechtvaardigen is een grote schat; maar in des goddelozen inkomst is beroerte.

  • 35Het welbehagen des konings is over een verstandigen knecht; maar zijn verbolgenheid zal zijn over dengene, die beschaamd maakt.

  • 16Want de rechtvaardige zal zevenmaal vallen, en opstaan; maar de goddelozen zullen in het kwaad nederstruikelen.

  • 25Een waarachtig getuige redt de zielen; maar die leugens blaast, is een bedrieger.

  • 14Welgelukzalig is de mens, die geduriglijk vreest; maar die zijn hart verhardt, zal in het kwaad vallen.

  • 27Een ongerechtig man is den rechtvaardige een gruwel; maar die recht is van weg, is den goddeloze een gruwel.