Spreuken 25:28

Statenvertaling (States Bible)

Een man, die zijn geest niet wederhouden kan, is een opengebrokene stad zonder muur.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 16:32 : 32 De lankmoedige is beter dan de sterke; en die heerst over zijn geest, dan die een stad inneemt.
  • 1 Sam 20:30 : 30 Toen ontstak de toorn van Saul tegen Jonathan, en hij zeide tot hem: Gij, zoon der verkeerde in wederspannigheid, weet ik het niet, dat gij den zoon van Isai verkoren hebt tot uw schande, en tot schande van de naaktheid uwer moeder?
  • 2 Kron 32:5 : 5 Zo versterkte hij zich, en bouwde den gehelen muur op, die gebroken was, dien hij optrok tot aan de torens, met een anderen muur daarbuiten, en hij versterkte Millo in de stad Davids; en hij maakte geweer en schilden in menigte.
  • Neh 1:3 : 3 En zij zeiden tot mij: De overgeblevenen, die van de gevangenis aldaar in het landschap zijn overgebleven, zijn in grote ellende en in versmaadheid; en Jeruzalems muur is verscheurd, en haar poorten zijn met vuur verbrand.
  • 1 Sam 25:17 : 17 Weet dan nu, en zie, wat gij doen zult; want het kwaad is ten volle over onzen heer besloten, en over zijn ganse huis; en hij is een zoon Belials, dat men hem niet mag aanspreken.
  • Spr 22:24 : 24 Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 32De lankmoedige is beter dan de sterke; en die heerst over zijn geest, dan die een stad inneemt.

  • Spr 21:22-23
    2 verzen
    72%

    22De wijze beklimt de stad der geweldigen, en werpt de sterkte huns vertrouwens neder.

    23Die zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn ziel van benauwdheden.

  • Spr 14:28-29
    2 verzen
    72%

    28In de menigte des volks is des konings heerlijkheid; maar in gebrek van volk is eens vorsten verstoring.

    29De lankmoedige is groot van verstand; maar die haastig is van gemoed, verheft de dwaasheid.

  • 14De geest eens mans zal zijn krankheid ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal dien opheffen?

  • Spr 25:26-27
    2 verzen
    71%

    26De rechtvaardige, wankelende voor het aangezicht des goddelozen, is een beroerde fontein, en verdorven springader.

    27Veel honigs te eten is niet goed; maar de onderzoeking van de heerlijkheid van zulke dingen is eer.

  • 1Een man, die, dikwijls bestraft zijnde, den nek verhardt, zal schielijk verbroken worden, zodat er geen genezen aan zij.

  • 7Dewelke, geen overste, ambtman noch heerser hebbende,

  • Spr 18:11-12
    2 verzen
    70%

    11Des rijken goed is de stad zijner sterkte, en als een verheven muur in zijn inbeelding.

    12Voor de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat voor de eer.

  • 27Wie wetenschap weet, houdt zijn woorden in; en een man van verstand is kostelijk van geest.

  • 18Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val.

  • Spr 29:22-23
    2 verzen
    69%

    22Een toornig man verwekt gekijf; en de grammoedige is veelvoudig in overtreding.

    23De hoogmoed des mensen zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.

  • 10De woeste stad is verbroken, al de huizen staan gesloten, dat er niemand inkomen kan.

  • 4Als de geest des heersers tegen u oprijst, verlaat uw plaats niet; want het is medicijn, het stilt grote zonden.

  • 29Wie zijn huis beroert, zal wind erven; en de dwaas zal een knecht zijn desgenen, die wijs van hart is.

  • 5En ook dewijl hij trouwelooslijk handelt bij den wijn, een trots man is, en in zijn woning niet blijft; die zijn ziel wijd opendoet als het graf, en gelijk de dood is, die niet zat wordt, en tot zich verzamelt al de heidenen, en vergadert tot zich alle volken.

  • Spr 19:2-3
    2 verzen
    68%

    2Ook is de ziel zonder wetenschap niet goed; en die met de voeten haastig is, zondigt.

    3De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.

  • 23Tegen de zodanigen is de wet niet.

  • 8Er is geen mens, die heerschappij heeft over den geest, om den geest in te houden; en hij heeft geen heerschappij over den dag des doods; ook geen geweer in dezen strijd; ook zal de goddeloosheid haar meesters niet verlossen.

  • Spr 20:1-2
    2 verzen
    67%

    1De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtig; al wie daarin dwaalt, zal niet wijs zijn.

    2De schrik des konings is als het brullen eens jongen leeuws; die zich tegen hem vergramt, zondigt tegen zijn ziel.

  • 25Zij tasten in de duisternis, waar geen licht is; en Hij doet hen dwalen, als een dronkaard.

  • 12Die verstandeloos is, veracht zijn naaste; maar een man van groot verstand zwijgt stil.

  • 26Die op zijn hart vertrouwt, die is een zot; maar die in wijsheid wandelt, die zal ontkomen.

  • 31En ziet, hij was gans opgeschoten van distelen; zijn gedaante was met netelen bedekt, en zijn stenen scheidsmuur was afgebroken.

  • 5(Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?)

  • 18Gelijk een, die zich veinst te razen, die vuursprankelen, pijlen en dodelijke dingen werpt;

  • 11Een zot laat zijn gansen geest uit, maar de wijze wederhoudt dien achterwaarts.

  • 17Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen; en een man van schandelijke verdichtselen zal gehaat worden.

  • 14Er was een kleine stad, en weinig lieden waren daarin; en een groot koning kwam tegen haar, en hij omsingelde ze, en hij bouwde grote vastigheden tegen haar.

  • Spr 28:15-16
    2 verzen
    66%

    15De goddeloze, heersende over een arm volk, is een brullende leeuw, en een beer, die ginds en weder loopt.

    16Een vorst, die van alle verstand gebrek heeft, is ook veelvoudig in verdrukkingen; maar die de gierigheid haat, zal de dagen verlengen.

  • 15Een overste wordt door lankmoedigheid overreed; en een zachte tong breekt het gebeente.

  • 15De arbeid der zotten maakt een iegelijk van hen moede; dewijl zij niet weten naar de stad te gaan.

  • 14Ziet, Hij breekt af, en het zal niet herbouwd worden; Hij besluit iemand, en er zal niet opengedaan worden.

  • 9Een wijs man, met een dwaas man in rechten zich begeven hebbende, hetzij dat hij beroerd is of lacht, zo is er toch geen rust.

  • 27Zij dansen en waggelen als een dronken man, en al hun wijsheid wordt verslonden.

  • 9Zijt niet haastig in uw geest om te toornen; want de toorn rust in den boezem der dwazen.

  • 28En heeft bewoond verdelgde steden, en huizen, die men niet bewoonde, die gereed waren tot steen hopen te worden.

  • 5Hij zal aan zijn voortreffelijken gedenken, doch zij zullen struikelen in hun tochten; zij zullen haasten naar hun muur, als het beschutsel vaardig zal wezen.

  • 20Wie verdraaid is van hart, zal het goede niet vinden; en die verkeerd is met zijn tong, zal in het kwaad vallen.

  • 18Als er geen profetie is, wordt het volk ontbloot; maar welgelukzalig is hij, die de wet bewaart.

  • 10Gij zult ook de huizen van Jeruzalem tellen; en gij zult huizen afbreken, om de muren te bevestigen.

  • 1Een lied Hammaaloth, van Salomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter.

  • 19In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen wederhoudt, is kloek verstandig.