1 Kronieken 24:8

Statenvertaling (States Bible)

Het derde voor Harim, het vierde voor Seorim,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 2:39 : 39 De kinderen van Harim, duizend en zeventien.
  • Ezra 10:21 : 21 En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,
  • Neh 7:35 : 35 De kinderen van Harim, driehonderd en twintig;
  • Neh 12:15 : 15 Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 84%

    4En van de kinderen van Eleazar werden meer gevonden tot hoofden der mannen, dan van de kinderen van Ithamar, als zij hen afdeelden; van de kinderen van Eleazar waren zestien hoofden der vaderlijke huizen, maar van de kinderen van Ithamar, naar hun vaderlijke huizen, acht.

    5En zij deelden hen door loten af, dezen met genen; want de oversten des heiligdoms en de oversten Gods waren uit de kinderen van Eleazar en van de kinderen van Ithamar.

    6En Semaja, de zoon van Nethaneel, de schrijver, uit de Levieten, schreef hen op, voor het aangezicht des konings, en van de vorsten, en van den priester Zadok, en van Achimelech, den zoon van Abjathar, en van de hoofden der vaderen onder de priesters en onder de Levieten; een vaderlijk huis werd genomen voor Eleazer, en desgelijks werd genomen voor Ithamar.

    7Het eerste lot nu ging uit voor Jojarib, het tweede voor Jedaja,

  • 77%

    9Het vijfde voor Malchia, het zesde voor Mijamin,

    10Het zevende voor Hakkoz, het achtste voor Abia,

    11Het negende voor Jesua, het tiende voor Sechanja,

    12Het elfde voor Eljasib, het twaalfde voor Jakim,

    13Het dertiende voor Huppa, het veertiende voor Jesebeab,

    14Het vijftiende voor Bilga, het zestiende voor Immer,

    15Het zeventiende voor Hezir, het achttiende voor Happizzes,

    16Het negentiende voor Petahja, het twintigste voor Jehezkel,

    17Het een en twintigste voor Jachin, het twee en twintigste voor Gamul,

    18Het drie en twintigste voor Delaja, het vier en twintigste voor Maazja.

  • 23En van de kinderen van Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, Jekameam de vierde.

  • 73%

    10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;

    11Attai de zesde; Eliel de zevende;

    12Johanan de achtste; Elzabad de negende;

  • 19Aangaande de kinderen van Hebron: Jeria was het hoofd, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, en Jekameam de vierde.

  • Neh 10:4-5
    2 verzen
    71%

    4Hattus, Sebanja, Malluch,

    5Harim, Meremoth, Obadja,

  • 71%

    2Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde,

    3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.

    4Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde.

  • 71%

    10Het derde voor Zakkur; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    11Het vierde voor Jizri; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 24En Hananja, en Elam, en Antothija,

  • 39De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

  • 32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

  • 31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

  • 35De kinderen van Harim, driehonderd en twintig;

  • 24Hallohes, Pilha, Sobek,

  • 2Seraja, Azarja, Jeremia,

  • 17Het vierde lot ging uit voor Issaschar, voor de kinderen van Issaschar, naar hun huisgezinnen.

  • 31En zij wierpen ook loten, nevens hun broederen, de zonen van Aaron, voor het aangezicht van den koning David, en Zadok, en Achimelech, en van de hoofden der vaderen onder de priesteren en onder de Levieten; het hoofd der vaderen tegen zijn kleinsten broeder.

  • 68%

    11Hilkia was de tweede, Tebalja de derde, Zecharja de vierde; al de kinderen en broederen van Hosa waren dertien.

    12Uit dezen waren de verdelingen der poortiers onder de hoofden der mannen, tot de wachten tegen hun broederen, om te dienen in het huis des HEEREN.

  • 22Daartoe Jokim, en de mannen van Chozeba, en Joas, en Saraf (die over de Moabieten geheerst hebben) en de Jasubilehem; doch deze dingen zijn oud.

  • 6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • Neh 12:3-4
    2 verzen
    68%

    3Sechanja, Rehum, Meremoth,

    4Iddo, Ginnethoi, Abia,

  • 42De kinderen van Harim, duizend en zeventien;

  • 14Het lot nu tegen het oosten viel op Salemja; maar voor zijn zoon Zecharja, die een verstandig raadsman was, wierp men de loten, en zijn lot is uitgekomen tegen het noorden;

  • 27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 14Het zevende voor Jesarela; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 24Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 24De kinderen van Harif, honderd en twaalf;

  • 34Juda, en Benjamin, en Semaja, en Jeremia;

  • 20Magpias, Mesullam, Hezir,