Spreuken 15:33

Statenvertaling (States Bible)

De vreze des HEEREN is de tucht der wijsheid; en de nederigheid gaat voor de eer.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 18:12 : 12 Voor de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat voor de eer.
  • Spr 1:7 : 7 De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht.
  • Jak 4:10 : 10 Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen.
  • 1 Petr 5:5 : 5 Desgelijks gij jongen, zijt den ouden onderdanig; en zijt allen elkander onderdanig; zijt met de ootmoedigheid bekleed; want God wederstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade.
  • Spr 29:23 : 23 De hoogmoed des mensen zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.
  • Luk 14:11 : 11 Want een iegelijk, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden; en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.
  • Fil 2:5-9 : 5 Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; 6 Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; 7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; 8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises. 9 Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is; 10 Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. 11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.
  • Spr 25:6-7 : 6 Praal niet voor het aangezicht des konings, en sta niet in de plaats der groten; 7 Want het is beter, dat men tot u zegge: Kom hier bovenaan, dan dat men u vernedere voor het aangezicht eens prinsen, dien uw ogen gezien hebben.
  • Spr 8:13 : 13 De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.
  • Job 28:28 : 28 Maar tot den mens heeft Hij gezegd: Zie, de vreze des HEEREN is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand.
  • Ps 34:11 : 11 Caph. De jonge leeuwen lijden armoede, en hongeren; maar die den HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.
  • Ps 111:10 : 10 Resch. De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; Schin. allen, die ze doen, hebben goed verstand; Thau. Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 4Het loon der nederigheid, met de vreze des HEEREN, is rijkdom, en eer, en leven.

  • Spr 18:12-13
    2 verzen
    81%

    12Voor de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat voor de eer.

    13Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande.

  • 7De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht.

  • 10De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid, en de wetenschap der heiligen is verstand.

  • 10Resch. De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; Schin. allen, die ze doen, hebben goed verstand; Thau. Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.

  • 2Als de hovaardigheid komt, zal de schande ook komen; maar met de ootmoedigen is wijsheid.

  • 13De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.

  • Spr 15:31-32
    2 verzen
    76%

    31Het oor, dat de bestraffing des levens hoort, zal in het midden der wijzen vernachten.

    32Die de tucht verwerpt, die versmaadt zijn ziel; maar die de bestraffing hoort, krijgt verstand.

  • 23De hoogmoed des mensen zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.

  • 18Armoede en schande is desgenen, die de tucht verwerpt; maar die de bestraffing waarneemt; zal geeerd worden.

  • Spr 16:18-19
    2 verzen
    75%

    18Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val.

    19Het is beter nederig van geest te zijn met de zachtmoedigen, dan roof te delen met de hovaardigen.

  • 23De vreze des HEEREN is ten leven; want men zal verzadigd zijnde vernachten; met het kwaad zal men niet bezocht worden.

  • Spr 14:26-27
    2 verzen
    73%

    26In de vreze des HEEREN is een sterk vertrouwen, en Hij zal Zijn kinderen een Toevlucht wezen.

    27De vreze des HEEREN is een springader des levens, om af te wijken van de strikken des doods.

  • 16Beter is weinig met de vreze des HEEREN, dan een grote schat, en onrust daarbij.

  • 5Dan zult gij de vreze des HEEREN verstaan, en zult de kennis van God vinden.

  • Spr 14:2-3
    2 verzen
    73%

    2Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den HEERE; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem.

    3In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der wijzen bewaren hen.

  • Spr 3:34-35
    2 verzen
    73%

    34Zekerlijk, de spotters zal Hij bespotten, maar den zachtmoedigen zal Hij genade geven.

    35De wijzen zullen eer beerven; maar elkeen der zotten neemt schande op zich.

  • 7Zijt niet wijs in uw ogen; vrees den HEERE, en wijk van het kwade.

  • 11Dient den HEERE met vreze, en verheugt u met beving.

  • 11Caph. De jonge leeuwen lijden armoede, en hongeren; maar die den HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.

  • 15Hoort en neemt ter ore, verheft u niet; want de HEERE heeft het gesproken.

  • 28Maar tot den mens heeft Hij gezegd: Zie, de vreze des HEEREN is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand.

  • 5Een dwaas zal de tucht zijns vaders versmaden; maar die de bestraffing waarneemt, zal kloekzinniglijk handelen.

  • 6En het zal geschieden, dat de vastigheid uwer tijden, de sterkte van uw behoudenissen zal zijn wijsheid en kennis; de vreze des HEEREN zal zijn schat zijn.

  • 10Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen.

  • 12En wie zichzelven verhogen zal, die zal vernederd worden; en wie zichzelven zal vernederen, die zal verhoogd worden.

  • 10Ga in den rotssteen, en verberg u in het stof, vanwege den schrik des HEEREN, en om de heerlijkheid Zijner majesteit.

  • 33Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.

  • 11Zal u niet Zijn hoogheid verschrikken, en Zijn vreze over u vallen?

  • 16De wijze vreest, en wijkt van het kwade; maar de zot is oplopende toornig, en zorgeloos.

  • 33Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet.

  • 25De siddering des mensen legt een strik; maar die op den HEERE vertrouwt, zal in een hoog vertrek gesteld worden.

  • 13Die het woord veracht, die zal verdorven worden; maar wie het gebod vreest, dien zal vergolden worden.

  • 8Laat de ganse aarde voor den HEERE vrezen; laat alle inwoners van de wereld voor Hem schrikken.

  • 15Dan zal de gemene man nedergebogen worden, en de aanzienlijke man zal vernederd worden, en de ogen der hovaardigen zullen vernederd worden.

  • 1Een psalm van David, den knecht des HEEREN, voor den opperzangmeester.

  • 10Door hovaardigheid maakt men niet dan gekijf; maar bij de beradenen is wijsheid.

  • 27De vreze des HEEREN vermeerdert de dagen; maar de jaren der goddelozen worden verkort.

  • 14Welgelukzalig is de mens, die geduriglijk vreest; maar die zijn hart verhardt, zal in het kwaad vallen.

  • 5Desgelijks gij jongen, zijt den ouden onderdanig; en zijt allen elkander onderdanig; zijt met de ootmoedigheid bekleed; want God wederstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade.

  • 17Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt ten allen dage in de vreze des HEEREN.