Psalmen 119:83

Statenvertaling (States Bible)

Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 30:30 : 30 Mijn huid is zwart geworden over mij, en mijn gebeente is ontstoken van dorrigheid.
  • Ps 119:61 : 61 De goddeloze hopen hebben mij beroofd; nochtans heb ik Uw wet niet vergeten.
  • Ps 119:176 : 176 Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.
  • Ps 22:15 : 15 Ik ben uitgestort als water, en al mijn beenderen hebben zich vaneen gescheiden; mijn hart is als was, het is gesmolten in het midden mijns ingewands.
  • Ps 102:3-4 : 3 Verberg Uw aangezicht niet voor mij, neig Uw oor tot mij ten dage mijner benauwdheid; ten dagen als ik roep, verhoor mij haastelijk. 4 Want mijn dagen zijn vergaan als rook, en mijn gebeenten zijn uitgebrand als een haard.
  • Ps 119:16 : 16 Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 12Vanwege al mijn wederpartijders ben ik, ook mijn naburen, grotelijks tot een smaad geworden, en mijn bekenden tot een schrik; die mij op de straten zien, vlieden van mij weg.

  • Ps 102:3-5
    3 verzen
    74%

    3Verberg Uw aangezicht niet voor mij, neig Uw oor tot mij ten dage mijner benauwdheid; ten dagen als ik roep, verhoor mij haastelijk.

    4Want mijn dagen zijn vergaan als rook, en mijn gebeenten zijn uitgebrand als een haard.

    5Mijn hart is geslagen en verdord als gras, zodat ik vergeten heb mijn brood te eten.

  • 141Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet.

  • Ps 119:80-82
    3 verzen
    73%

    80Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.

    81Caph. Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt.

    82Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten?

  • 153Resch. Zie mijn ellende aan, en help mij uit, want Uw wet heb ik niet vergeten.

  • 84Hoe vele zullen de dagen Uws knechts zijn? Wanneer zult Gij recht doen over mijn vervolgers?

  • 139Mijn ijver heeft mij doen vergaan, omdat mijn wederpartijders Uw woorden vergeten hebben.

  • 16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

  • 8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.

  • 109Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.

  • 176Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.

  • 61De goddeloze hopen hebben mij beroofd; nochtans heb ik Uw wet niet vergeten.

  • Ps 119:93-94
    2 verzen
    69%

    93Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.

    94Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.

  • 87Zij hebben mij bijna vernietigd op de aarde, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten.

  • Ps 22:14-15
    2 verzen
    68%

    14Zij hebben hun mond tegen mij opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw.

    15Ik ben uitgestort als water, en al mijn beenderen hebben zich vaneen gescheiden; mijn hart is als was, het is gesmolten in het midden mijns ingewands.

  • Ps 119:54-55
    2 verzen
    68%

    54Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.

    55HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.

  • 9Mijn vijanden smaden mij al den dag; die tegen mij razen, zweren bij mij.

  • 67Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.

  • 71Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde.

  • 49Zain. Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen.

  • 123Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.

  • 11Vanwege Uw verstoordheid en Uw groten toorn; want Gij hebt mij verheven, en mij weder nedergeworpen.

  • 117Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.

  • Ps 31:9-10
    2 verzen
    67%

    9En mij niet hebt overgeleverd in de hand des vijands; Gij hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.

    10Wees mij genadig, HEERE! want mij is bange; van verdriet is doorknaagd mijn oog, mijn ziel en mijn buik.

  • 40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

  • 11En ik heb geweend in het vasten mijner ziel; maar het is mij geworden tot allerlei smaad.

  • 131Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.

  • 19Ziet, mijn buik is als de wijn, die niet geopend is; gelijk nieuwe lederen zakken zou hij bersten.

  • 168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

  • 66%

    157Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.

    158Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.

  • 19Hij heeft mij in het slijk geworpen, en ik ben gelijk geworden als stof en as.

  • 52Ik heb gedacht, o HEERE! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost.

  • 20Zain. Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan, en zij bukt zich neder in mij.

  • 11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  • 3Ik ben gezonken in grondeloze modder, waar men niet kan staan; ik ben gekomen in de diepten der wateren, en de vloed overstroomt mij.

  • 143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.

  • 5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!

  • 13Mem. Van de hoogte heeft Hij een vuur in mijn beenderen gezonden, waarover Hij geheerst heeft; Hij heeft voor mijn voeten een net uitgebreid, Hij heeft mij achterwaarts doen keren, Hij heeft mij woest en ziek gemaakt den gansen dag.

  • 7Daarom is mijn oog door verdriet verdonkerd, en al mijn ledematen zijn gelijk een schaduw.

  • 136Waterbeken vlieten af uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden.

  • 4Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij, mijn hart is verbaasd in het midden van mij.