Ruth 4:19

Statenvertaling (States Bible)

En Hezron gewon Ram; en Ram gewon Amminadab;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 2:9-9 : 9 En de kinderen van Hezron, die hem geboren zijn, waren Jerahmeel, en Ram, en Chelubai. 10 Ram nu gewon Amminadab, en Amminadab gewon Nahesson, den vorst der kinderen van Juda;
  • Matt 1:4 : 4 En Aram gewon Aminadab, en Aminadab gewon Nahasson, en Nahasson gewon Salmon;
  • Luk 3:33 : 33 Den zoon van Aminadab, den zoon van Aram, den zoon van Esrom, den zoon van Fares, den zoon van Juda,

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 85%

    9En de kinderen van Hezron, die hem geboren zijn, waren Jerahmeel, en Ram, en Chelubai.

    10Ram nu gewon Amminadab, en Amminadab gewon Nahesson, den vorst der kinderen van Juda;

    11En Nahesson gewon Salma, en Salma gewon Boaz.

    12En Boaz gewon Obed, en Obed gewon Isai,

  • Matt 1:2-5
    4 verzen
    83%

    2Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, en Jakob gewon Juda, en zijn broeders;

    3En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares gewon Esrom, en Esrom gewon Aram;

    4En Aram gewon Aminadab, en Aminadab gewon Nahasson, en Nahasson gewon Salmon;

    5En Salmon gewon Booz bij Rachab, en Booz gewon Obed bij Ruth, en Obed gewon Jessai;

  • 18Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron;

  • Ruth 4:20-22
    3 verzen
    82%

    20En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma;

    21En Salmon gewon Boaz, en Boaz gewon Obed;

    22En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.

  • Luk 3:32-34
    3 verzen
    76%

    32Den zoon van Jesse, den zoon van Obed, den zoon van Booz, den zoon van Salmon, den zoon van Nahasson,

    33Den zoon van Aminadab, den zoon van Aram, den zoon van Esrom, den zoon van Fares, den zoon van Juda,

    34Den zoon van Jakob, den zoon van Izak, den zoon van Abraham, den zoon van Thara, den zoon van Nachor,

  • 7Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.

  • 5De kinderen van Perez waren Hezron en Hamul.

  • 10Uit de kinderen van Uzziel was Amminadab overste, en zijn broederen waren honderd en twaalf.

  • 25De kinderen van Jerahmeel nu, den eerstgeborene van Hezron, waren deze: de eerstgeborene was Ram, daartoe Buna, en Oren, en Ozem en Ahia.

  • Matt 1:13-15
    3 verzen
    71%

    13En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;

    14En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Eliud;

    15En Eliud gewon Eleazar, en Eleazar gewon Matthan, en Matthan gewon Jakob;

  • Matt 1:9-10
    2 verzen
    71%

    9En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias;

    10En Ezekias gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josias;

  • 1 Kron 4:1-2
    2 verzen
    70%

    1De kinderen van Juda waren Perez, Hezron en Charmi, en Hur, en Sobal.

    2En Reaja, de zoon van Sobal, gewon Jahath, en Jahath gewon Ahumai en Lahad; dit zijn de huisgezinnen der Zorathieten;

  • 21En de zonen van Perez waren: van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Hamul het geslacht der Hamulieten.

  • 19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

  • 1 Kron 6:8-9
    2 verzen
    70%

    8En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Ahimaaz;

    9En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;

  • 1 Kron 6:2-4
    3 verzen
    69%

    2De kinderen van Kahath nu waren Amram, Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

    3En de kinderen van Amram waren Aaron, en Mozes en Mirjam; en de kinderen van Aaron waren Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

    4En Eleazar gewon Pinehas, Pinehas gewon Abisua;

  • 42En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;

  • 12De kinderen van Kehath waren Amram, Jizhar, Hebron en Uzziel; vier.

  • 12En de zonen van Juda: Er, en Onan, en Sela, en Perez, en Zerah. Doch Er en Onan waren gestorven in het land van Kanaan; en de zonen van Perez waren Hezron en Hamul.

  • 36En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;

  • 38En de jongste baarde ook een zoon, en noemde zijn naam Ben-Ammi; deze is de vader der kinderen Ammons, tot op dezen dag.

  • 6Van Hezron het geslacht der Hezronieten; van Karmi het geslacht der Karmieten.

  • 18En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

  • 44Sema nu gewon Raham, den vader van Jorkeam, en Rekem gewon Sammai.

  • 19Aangaande de kinderen van Hebron: Jeria was het hoofd, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, en Jekameam de vierde.

  • 20En de kinderen van Simon nu waren Amnon en Rinna, Ben-hanan en Tilon; en de kinderen van Isei waren Zoheth en Ben-Zoheth.

  • 22De kinderen van Kahath waren: zijn zoon Amminadab; zijn zoon Korah; zijn zoon Assir;

  • 9En de zonen van Ruben: Hanoch, en Pallu, en Hezron, en Karmi.

  • 4Uthai, de zoon van Ammihud, den zoon van Omri, den zoon van Imri, den zoon van Bani, van de kinderen van Perez, den zoon van Juda.

  • 27En de kinderen van Ram, den eerstgeborene van Jerahmeel waren Maaz, en Jamin, en Eker.

  • 9En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.

  • 39En Azaria gewon Helez, en Helez gewon Elasa,

  • 23En van de kinderen van Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, Jekameam de vierde.