Ezechiël 20:49

Statenvertaling (States Bible)

En ik zeide: Ach, Heere HEERE, zij zeggen van mij: Is hij niet een verdichter van gelijkenissen?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joh 16:25 : 25 Deze dingen heb Ik door gelijkenissen tot u gesproken; maar de ure komt, dat Ik niet meer door gelijkenissen tot u spreken zal, maar u vrijuit van den Vader zal verkondigen.
  • Hand 17:18 : 18 En sommigen van de Epikureische en Stoische wijsgeren streden met hem; en sommigen zeiden: Wat wil toch deze klapper zeggen? Maar anderen zeiden: Hij schijnt een verkondiger te zijn van vreemde goden; omdat hij hun Jezus en de opstanding verkondigde.
  • Ezech 17:2 : 2 Mensenkind, stel een raadsel voor, en gebruik een gelijkenis tot het huis Israels,
  • Matt 13:13-14 : 13 Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch ook verstaan. 14 En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen, en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 45Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 74%

    47En zeg tot het zuiderwoud: Hoor des HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal een vuur in u aansteken, hetwelk in u allen groenen boom en allen dorren boom verteren zal; de vlammende vlam zal niet uitgeblust worden, maar daardoor zullen verbrand worden alle aangezichten van het zuiden tot het noorden toe.

    48En alle vlees zal zien, dat Ik, de HEERE, dat aangestoken heb; het zal niet uitgeblust worden.

  • 74%

    19En het volk zeide tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven, wat ons deze dingen zijn, dat gij aldus doet?

    20En ik zeide tot hen: Het woord des HEEREN is tot mij geschied, zeggende:

  • Ezech 17:1-2
    2 verzen
    72%

    1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

    2Mensenkind, stel een raadsel voor, en gebruik een gelijkenis tot het huis Israels,

  • 21Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • Ezech 20:2-3
    2 verzen
    71%

    2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

    3Mensenkind, spreek tot de oudsten van Israel, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Komt gij, om Mij te vragen? Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik van u gevraagd worde, spreekt de Heere HEERE.

  • 20Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 15Ziet, zij zeggen tot mij: Waar is het woord des HEEREN? Laat het nu komen!

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 23Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 17Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 23Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 20Verkondigt dit in het huis van Jakob, en laat het horen in Juda, zeggende:

  • 13Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch ook verstaan.

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 11Daarna geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 20Zal het Hem verteld worden, als ik zo zou spreken? Denkt iemand dat, gewisselijk, hij zal verslonden worden.

  • 11Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 10En de discipelen tot Hem komende, zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen door gelijkenissen?

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 69%

    5Toen zeide ik: Heere HEERE! houd toch op; wie zou er van Jakob blijven staan; want hij is klein!

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • Jer 20:8-9
    2 verzen
    69%

    8Want sinds ik spreke, roep ik uit, ik roep geweld en verstoring; omdat mij des HEEREN woord den gansen dag tot smaad en tot schimp is.

    9Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet.

  • 9Mensenkind, heeft niet het huis Israels, het wederspannig huis, tot u gezegd: Wat doet gij?

  • 6Toen zeide ik: Ach, Heere HEERE! zie, ik kan niet spreken, want ik ben jong.

  • 2Ik zal mijn mond opendoen met spreuken; ik zal verborgenheden overvloediglijk uitstorten, van ouds her;

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 27Daarom, mensenkind, spreek tot het huis Israels, en zeg tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Hiermede nog hebben Mij uw vaderen gesmaad, dat zij door overtreding tegen Mij overtreden hebben.

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 8Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 9Toen zeide Hij: Ga henen, en zeg tot dit volk: Horende hoort, maar verstaat niet, en ziende ziet, maar merkt niet.

  • 4Mijn mond zal enkel wijsheid spreken, en de overdenking mijns harten zal vol verstand zijn.

  • 20Maar, o HEERE der heirscharen, Gij rechtvaardige Rechter, Die de nieren en het hart proeft! laat mij Uw wraak van hen zien; want aan U heb ik mijn twistzaak ontdekt.

  • 49Want Ik heb uit Mijzelven niet gesproken; maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen zal, en wat Ik spreken zal.

  • 16Toen zeide Jesaja tot Hizkia: Hoor des HEEREN woord.

  • 7Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De HEERE spreekt, daar Ik niet gesproken heb?

  • 16Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 21En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien!

  • 3Ik was verstomd door stilzwijgen, ik zweeg van het goede; maar mijn smart werd verzwaard.

  • 28Voorwaar, gij zoudt zeggen: Waarom vervolgen wij hem? Nademaal de wortel der zaak in mij gevonden wordt.