Psalmen 39:3

Statenvertaling (States Bible)

Ik was verstomd door stilzwijgen, ik zweeg van het goede; maar mijn smart werd verzwaard.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Jer 20:9 : 9 Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet.
  • Luk 24:32 : 32 En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende?
  • Ezech 3:14 : 14 Toen hief de Geest mij op, en nam mij weg, en ik ging henen, bitterlijk bedroefd door de hitte mijns geestes; maar de hand des HEEREN was sterk op mij.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 39:1-2
    2 verzen
    80%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, voor Jeduthun.

    2Ik zeide: Ik zal mijn wegen bewaren, dat ik niet zondige met mijn tong; ik zal mijn mond met een breidel bewaren, terwijl de goddeloze nog tegenover mij is.

  • 9Dies zeide ik: Ik zal Zijner niet gedenken, en niet meer in Zijn Naam spreken; maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in mijn beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, maar konde niet.

  • 3Zowel slechten als aanzienlijken, te zamen rijk en arm!

  • 21Als mijn hart opgezwollen was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd,

  • 1Een onderwijzing, een lied der liefde, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach, op Schoschannim.

  • 3Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen den gansen dag.

  • 1Ook beeft hierover mijn hart, en springt op uit zijn plaats.

  • Job 33:2-3
    2 verzen
    72%

    2Zie nu, ik heb mijn mond opengedaan; mijn tong spreekt onder mijn gehemelte.

    3Mijn redenen zullen de oprechtigheid mijns harten, en de wetenschap mijner lippen, wat zuiver is, uitspreken.

  • Ps 102:3-4
    2 verzen
    72%

    3Verberg Uw aangezicht niet voor mij, neig Uw oor tot mij ten dage mijner benauwdheid; ten dagen als ik roep, verhoor mij haastelijk.

    4Want mijn dagen zijn vergaan als rook, en mijn gebeenten zijn uitgebrand als een haard.

  • 27En mijn hart verlokt is geweest in het verborgen, dat mijn hand mijn mond gekust heeft;

  • 4Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij, mijn hart is verbaasd in het midden van mij.

  • 6Ik overdacht de dagen van ouds, de jaren der eeuwen.

  • 3Gij hebt mijn hart geproefd, des nachts bezocht, Gij hebt mij getoetst. Gij vindt niets; hetgeen ik gedacht heb, overtreedt mijn mond niet.

  • 16Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen;

  • 8Want mijn darmen zijn vol van een verachtelijke plage, en er is niets geheels in mijn vlees.

  • 2De Geest des HEEREN heeft door mij gesproken, en Zijn rede is op mijn tong geweest.

  • Ps 39:9-10
    2 verzen
    71%

    9Verlos mij van al mijn overtredingen; en stel mij niet tot een smaad des dwazen.

    10Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.

  • 9Rook ging op van Zijn neus, en een vuur uit Zijn mond verteerde; kolen werden daarvan aangestoken.

  • 131Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.

  • 21Onder hem zijn scherpe scherven; hij spreidt zich op het puntachtige, als op slijk.

  • 13Mem. Van de hoogte heeft Hij een vuur in mijn beenderen gezonden, waarover Hij geheerst heeft; Hij heeft voor mijn voeten een net uitgebreid, Hij heeft mij achterwaarts doen keren, Hij heeft mij woest en ziek gemaakt den gansen dag.

  • 15Wat zal ik spreken? Gelijk Hij het mij heeft toegezegd, alzo heeft Hij het gedaan; ik zal nu al zoetjes voorttreden al mijn jaren, vanwege de bitterheid mijner ziel.

  • 14Die mijn lippen hebben geuit, en mijn mond heeft uitgesproken, als mij bange was.

  • 17Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd verhoogd onder mijn tong.

  • 2Daarom doen mijn gedachten mij antwoorden, en over zulks is mijn verhaasten in mij.

  • 19Wie is hij, die met mij twist? Wanneer ik nu zweeg, zo zou ik den geest geven.

  • 20Ik zal spreken, opdat ik voor mij lucht krijge; ik zal mijn lippen openen, en zal antwoorden.

  • 14Mijn God! maak hen als een wervel, als stoppelen voor den wind.

  • 16En mijn nieren zullen van vreugde opspringen, als uw lippen billijkheden spreken zullen.

  • 27Mijn ingewand ziedt, en is niet stil; de dagen der verdrukking zijn mij voorgekomen.

  • 8Toen daverde en beefde de aarde, en de gronden der bergen beroerden zich en daverden, omdat Hij ontstoken was.

  • Ps 22:14-15
    2 verzen
    69%

    14Zij hebben hun mond tegen mij opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw.

    15Ik ben uitgestort als water, en al mijn beenderen hebben zich vaneen gescheiden; mijn hart is als was, het is gesmolten in het midden mijns ingewands.

  • 3Ten dage mijner benauwdheid zocht ik den HEERE; mijn hand was des nachts uitgestrekt, en liet niet af; mijn ziel weigerde getroost te worden.

  • 18Mijn verkwikking is in droefenis; mijn hart is flauw in mij.

  • 11Zo zal ik ook mijn mond niet wederhouden, ik zal spreken in benauwdheid mijns geestes; ik zal klagen in bitterheid mijner ziel.

  • 10Ik heb geloofd, daarom sprak ik; ik ben zeer bedrukt geweest.

  • 19Als mijn gedachten binnen in mij vermenigvuldigd werden, hebben Uw vertroostingen mijn ziel verkwikt.

  • 23Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.

  • 40Ik ben geweest, dat mij bij dag de hitte verteerde, en bij nacht de vorst, en dat mijn slaap van mijn ogen week.

  • 4Mijn hart werd heet in mijn binnenste, een vuur ontbrandde in mijn overdenking; toen sprak ik met mijn tong:

  • 13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.

  • 1Een psalm van David, om te doen gedenken.

  • 2Maar mij aangaande, mijn voeten waren bijna uitgeweken; mijn treden waren bijkans uitgeschoten.

  • 3HEERE! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen.

  • 20Resch. Aanzie, HEERE, want mij is bange; mijn ingewand is beroerd, mijn hart heeft zich omgekeerd in het binnenste van mij, want ik ben zeer wederspannig geweest; van buiten heeft mij het zwaard van kinderen beroofd, van binnen is als de dood.