Psalmen 94:8

Statenvertaling (States Bible)

Aanmerkt, gij onvernuftigen onder het volk! en gij dwazen! wanneer zult gij verstandig worden?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 92:6 : 6 O HEERE! hoe groot zijn Uw werken! zeer diep zijn Uw gedachten.
  • Ps 49:10 : 10 Dat hij ook voortaan geduriglijk zou leven, en de verderving niet zien.
  • Ps 73:22 : 22 Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U.
  • Deut 32:29 : 29 O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.
  • Spr 1:22 : 22 Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten?
  • Spr 8:5 : 5 Gij slechten! verstaat kloekzinnigheid, en gij zotten! verstaat met het hart.
  • Spr 12:1 : 1 Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig.
  • Jes 27:11 : 11 Als haar takken verdord zullen zijn, zullen zij afgebroken worden, en de vrouwen, komende, zullen ze aansteken; want het is geen volk van enig verstand; daarom zal Hij, Die het gemaakt heeft, Zich deszelven niet ontfermen, en Die het geformeerd heeft, zal aan hetzelve geen genade bewijzen.
  • Jer 8:6-8 : 6 Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd. 7 Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN niet. 8 Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden.
  • Jer 10:8 : 8 In een ding zijn zij toch onvernuftig en zot: een hout is een onderwijs der ijdelheden.
  • Rom 3:11 : 11 Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt.
  • Tit 3:3 : 3 Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde, en elkander hatende.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 6O HEERE! hoe groot zijn Uw werken! zeer diep zijn Uw gedachten.

  • 5Gij slechten! verstaat kloekzinnigheid, en gij zotten! verstaat met het hart.

  • 21Hoort nu dit, gij dwaas en harteloos volk! die ogen hebben, maar zien niet, die oren hebben, maar horen niet.

  • Spr 14:7-8
    2 verzen
    78%

    7Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken.

    8De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.

  • 22Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn zotte kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar goed te doen weten zij niet.

  • 33Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.

  • 9Zou Hij, Die het oor plant, niet horen? zou Hij, Die het oog formeert, niet aanschouwen?

  • 24In het aangezicht des verstandigen is wijsheid; maar de ogen des zots zijn in het einde der aarde.

  • 4Doch ik zeide: Zekerlijk, deze zijn arm; zij handelen zottelijk, omdat zij den weg des HEEREN, het recht hun Gods niet weten.

  • 7En zeggen: De HEERE ziet het niet, en de God van Jakob merkt het niet.

  • 22Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten?

  • Spr 26:4-5
    2 verzen
    74%

    4Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt.

    5Antwoord den zot naar zijn dwaasheid, opdat hij in zijn ogen niet wijs zij.

  • 2De zot heeft geen lust aan verstandigheid, maar daarin, dat zijn hart zich ontdekt.

  • 8In een ding zijn zij toch onvernuftig en zot: een hout is een onderwijs der ijdelheden.

  • 9Spreek niet voor het oor van een zot, want hij zou het verstand uwer woorden verachten.

  • 6Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.

  • 16Waarom toch zou in de hand des zots het koopgeld zijn, om wijsheid te kopen, dewijl hij geen verstand heeft?

  • 72%

    28Want zij zijn een volk, dat door raadslagen verloren gaat, en er is geen verstand in hen.

    29O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.

  • 16Zo er dan verstand bij u is, hoor dit; neig de oren tot de stem mijner woorden.

  • 14Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden.

  • 22Het verstand dergenen, die het bezitten, is een springader des levens; maar de tucht der dwazen is dwaasheid.

  • 3En ook wanneer de dwaas op den weg wandelt, zijn hart ontbreekt hem, en hij zegt tot een iegelijk, dat hij dwaas is.

  • 18Zij weten niet, en verstaan niet, want het heeft hun ogen bestreken, dat zij niet zien, en hun harten, dat zij niet verstaan.

  • 17De zotten worden om den weg hunner overtreding, en om hun ongerechtigheden geplaagd;

  • 19Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God; want er is geschreven: Hij vat de wijzen in hun arglistigheid;

  • 10Dat hij ook voortaan geduriglijk zou leven, en de verderving niet zien.

  • 12Hebt gij een man gezien, die wijs in zijn ogen is! Van een zot is meer verwachting dan van hem.

  • 22Al stiet gij den dwaas in een mortier met een stamper, in het midden van het gestoten graan, zijn dwaasheid zou van hem niet afwijken.

  • 1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op Machalath.

  • Ps 14:1-2
    2 verzen
    72%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij verderven het, zij maken het gruwelijk met hun werk; er is niemand, die goed doet.

    2De HEERE heeft uit den hemel nedergezien op de mensenkinderen, om te zien, of iemand verstandig ware, die God zocht.

  • Jer 8:8-9
    2 verzen
    71%

    8Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden.

    9De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben?

  • 15De weg des dwazen is recht in zijn ogen; maar die naar raad hoort, is wijs.

  • 20Zo zal zij toch komen tot het geslacht harer vaderen; tot in eeuwigheid zullen zij het licht niet zien. [ (Psalms 49:21) De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan. ]

  • 4Het land en al zijn inwoners waren versmolten; maar ik heb zijn pilaren vastgemaakt. Sela.

  • 8Die wijs van hart is, neemt de geboden aan; maar die dwaas is van lippen, zal omgeworpen worden.

  • 16Al wie kloekzinnig is, handelt met wetenschap; maar een zot breidt dwaasheid uit.

  • 22Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U.

  • 9De groten zijn niet wijs, en de ouden verstaan het recht niet.

  • 19Want gij verdraagt gaarne de onwijzen, dewijl gij wijs zijt.

  • 11Een zot laat zijn gansen geest uit, maar de wijze wederhoudt dien achterwaarts.

  • 24Der wijzen kroon is hun rijkdom; de dwaasheid der zotten is dwaasheid.

  • 20Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?

  • 3Ik heb ook een hart even als gijlieden, ik zwicht niet voor u; en bij wien zijn niet dergelijke dingen?

  • 15De arbeid der zotten maakt een iegelijk van hen moede; dewijl zij niet weten naar de stad te gaan.

  • 34De lieden van verstand zullen met mij zeggen, en een wijs man zal naar mij horen;