1 Kronieken 11:34

Statenvertaling (States Bible)

Van de kinderen van Hasem, den Gizoniet, was Jonathan, de zoon van Sage, de Harariet;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Sam 23:32-33 : 32 Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan; 33 Samma, de Harariet; Ahiam, de zoon van Sarar, de Harariet;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 79%

    32Hurai, van de beken van Gaas; Abiel; de Arbathiet;

    33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;

  • 79%

    30Benaja, de Pirhathoniet; Hiddai, van de beken van Gaas;

    31Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;

    32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;

    33Samma, de Harariet; Ahiam, de zoon van Sarar, de Harariet;

    34Elifelet, de zoon van Ahasbai, de zoon van een Maachathiet; Eliam, de zoon van Achitofel, de Giloniet;

  • 35Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

  • 74%

    31En de kinderen van Appaim waren Jisei; en de kinderen van Jisei waren Sesan; en de kinderen van Sesan, Achlai.

    32En de kinderen van Jada, den broeder van Sammai, waren Jether en Jonathan; en Jether is gestorven zonder kinderen.

    33De kinderen van Jonathan nu waren Peleth en Zaza. Dit waren de kinderen van Jerahmeel.

  • 27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;

  • 33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 71%

    44Uzzia, de Asterathiet; Sama, en Jeiel, de zoon van Hotham, den Aroeriet;

    45Jediael, de zoon van Simri, en Joha, zijn broeder, de Tiziet;

    46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

  • 18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;

  • 71%

    3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.

    4En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;

    5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

    6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

    7En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.

  • 70%

    37Hezro, de Karmeliet; Naari, de zoon van Ezbai;

    38Joel, de broeder van Nathan; Mibhar, de zoon van Geri;

    39Zelek, de Ammoniet; Nahrai, de Berothiet, wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    40Ira, de Jithriet; Gareb, de Jithriet;

  • 69%

    36Jig-al, de zoon van Nathan, van Zoba; Bani, de Gadiet;

    37Zelek, de Ammoniet; Naharai, de Beerothiet, de wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

  • 25Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;

  • 7En de kinderen van Hela waren Zereth, Jezohar, en Ethnan.

  • 54De kinderen van Bazlith, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

  • 37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

  • 68%

    9De kinderen van Simei waren Selomith, en Haziel, en Haran, drie; dezen waren de hoofden der vaderen van Ladan.

    10De kinderen van Simei nu waren Jahath, Zina, en Jeus, en Beria; dezen waren de kinderen van Simei; vier.

    11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.

  • 10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

  • 29Sibbechai, de Husathiet; Ilai, de Ahohiet;

  • 31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

  • 34En de zonen van Semer waren Ahi en Rohega, Jehubba en Aram.

  • 14En Ahjo, Sasak en Jeremoth,

  • 15De zonen van Gad, naar hun geslachten: van Zefon het geslacht der Zefonieten; van Haggi het geslacht der Haggieten; van Suni het geslacht der Sunieten.

  • 33Ner nu gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, Abinadab, en Esbaal.

  • 32En Jonathan, Davids oom, was raad, een verstandig man; hij was ook schrijver; Jehiel nu, de zoon van Hachmoni, was bij de zonen des konings.

  • 17Over de Levieten was Hasabja, de zoon van Kemuel; over de Aaronieten was Zadok;

  • 19Het twaalfde voor Hasabja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;

  • 33Hazor, Rama, Gitthaim,