1 Kronieken 11:40

Statenvertaling (States Bible)

Ira, de Jithriet; Gareb, de Jithriet;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Sam 20:26 : 26 En ook was Ira, de Jairiet, Davids opperofficier.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 93%

    35Hezrai, de Karmeliet; Paerai, de Arbiet;

    36Jig-al, de zoon van Nathan, van Zoba; Bani, de Gadiet;

    37Zelek, de Ammoniet; Naharai, de Beerothiet, de wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    38Ira, de Jethriet; Gareb, de Jethriet;

    39Uria, de Hethiet, zeven en dertig in alles.

  • 82%

    27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;

    28Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; Abiezer, de Anathothiet;

    29Sibbechai, de Husathiet; Ilai, de Ahohiet;

    30Maharai, de Netofathiet; Heled, de zoon van Baana, de Netofathiet;

    31Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins; Benaja, de Pirhathoniet;

    32Hurai, van de beken van Gaas; Abiel; de Arbathiet;

    33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;

    34Van de kinderen van Hasem, den Gizoniet, was Jonathan, de zoon van Sage, de Harariet;

    35Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

  • 78%

    37Hezro, de Karmeliet; Naari, de zoon van Ezbai;

    38Joel, de broeder van Nathan; Mibhar, de zoon van Geri;

    39Zelek, de Ammoniet; Nahrai, de Berothiet, wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

  • 41Uria, de Hethiet; Zabad, de zoon van Ahlai;

  • 26En ook was Ira, de Jairiet, Davids opperofficier.

  • 72%

    29Heleb, de zoon van Baena, de Netofathiet; Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins;

    30Benaja, de Pirhathoniet; Hiddai, van de beken van Gaas;

    31Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;

  • 71%

    14En Ahjo, Sasak en Jeremoth,

    15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

  • 71%

    3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.

    4En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;

    5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 5En Gera, en Sefufan, en Huram.

  • 70%

    25Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;

    26Helez, de Paltiet; Ira, de zoon van Ikes, de Thekoiet;

    27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;

  • 5Harim, Meremoth, Obadja,

  • 7En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.

  • 33Samma, de Harariet; Ahiam, de zoon van Sarar, de Harariet;

  • 53En de geslachten van Kirjath-Jearim waren de Jithrieten, en de Futhieten, en de Sumathieten, en de Misraieten; van dezen zijn uitgegaan de Zoraieten en de Esthaolieten.

  • 4Iddo, Ginnethoi, Abia,

  • 16En de Jesubiet, en de Amoriet, en de Girgasiet,

  • 37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.

  • 21Zijn zoon Joah; zijn zoon Iddo; zijn zoon Zerah; zijn zoon Jeathrai.

  • 31Van de Hebronieten was Jeria het hoofd, van de Hebronieten zijner geslachten onder de vaderen; in het veertigste jaar des koninkrijks van David zijn er gezocht en onder hen gevonden kloeke helden in Jaezer in Gilead.

  • 31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

  • 44Uzzia, de Asterathiet; Sama, en Jeiel, de zoon van Hotham, den Aroeriet;

  • 47De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja;

  • 33Hazor, Rama, Gitthaim,

  • 40Machnadbai, Sasai, Sarai,

  • 14En den Jebusiet, en den Amoriet, en den Girgasiet,

  • 22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 31De kinderen van Beria nu waren Heber en Malchiel; hij is de vader van Birzavith.