1 Kronieken 24:25

Statenvertaling (States Bible)

De broeder van Micha was Jissia; van de kinderen van Jissia was Zecharja.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 15:18 : 18 En met hen hun broeders van de tweede orde: Zecharja, Ben en Jaaziel, en Semiramoth, en Jehiel, en Unni, Eliab, en Benaja, en Maaseja, en Mattithja, en Elifele, en Mikneja, en Obed-Edom, en Jeiel, de poortiers.
  • 1 Kron 15:20 : 20 En Zecharja, en Aziel, en Semiramoth, en Jehiel, en Unni, en Eliab, en Maaseja, en Benaja, met luiten op Alamoth.
  • 1 Kron 23:20 : 20 Aangaande de kinderen van Uzziel: Micha was het hoofd, en Jissia de tweede.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 83%

    23En van de kinderen van Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, Jekameam de vierde.

    24Van de kinderen van Uzziel was Micha; van de kinderen van Micha was Samir;

  • 20Aangaande de kinderen van Uzziel: Micha was het hoofd, en Jissia de tweede.

  • Neh 10:11-12
    2 verzen
    76%

    11Micha, Rehob, Hasabja,

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 35En van de priesters kinderen met trompetten: Zecharja, de zoon van Jonathan, den zoon van Semaja, den zoon van Matthanja, den zoon van Michaja, den zoon van Zakkur, den zoon van Asaf;

  • 2En hij had broederen, Josafats zonen, Azarja, en Jehiel, en Zecharja, en Azarjahu, en Michael, en Sefatja; deze allen waren zonen van Josafat, den koning van Israel.

  • 37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.

  • 74%

    18Over Juda was Elihu, uit de broederen van David; over Issaschar was Omri, de zoon van Michael;

    19Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;

  • 73%

    38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.

    39En zijn broeder Asaf stond aan zijn rechter zijde; Asaf was de zoon van Berechja, den zoon van Simea,

    40Den zoon van Michael, den zoon van Baeseja, den zoon van Malchija,

  • 72%

    34En Jonathans zoon was Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.

    35De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaarea, en Achaz.

  • 16Van Iddo, Zacharia; van Ginnethon, Mesullam;

  • 2Meselemja nu had kinderen; Zecharja was de eerstgeborene, Jediael de tweede, Zebadja de derde, Jathniel de vierde,

  • 5En Maaseja, de zoon van Baruch, den zoon van Kol-hose, den zoon van Hazaja, den zoon van Adaja, den zoon van Jojarib, den zoon van Zacharja, den zoon van Siloni.

  • 9Het vijfde voor Malchia, het zesde voor Mijamin,

  • 21Aangaande Rehabja: van de kinderen van Rehabja was Jissia het hoofd.

  • 3En de kinderen van Uzzi waren Jizrahja; en de kinderen van Jizrahja waren Michael, en Obadja, en Joel, en Jisia; deze vijf waren al te zamen hoofden.

  • 71%

    16En Michael, en Jispa, en Joha waren kinderen van Beria.

    17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 29Aangaande Kis: de kinderen van Kis waren Jerahmeel.

  • 71%

    25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 71%

    10Het derde voor Zakkur; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    11Het vierde voor Jizri; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 7Aangaande zijn broederen in hun huisgezinnen, als zij naar hun geboorten in de geslachtsregisters gesteld werden; de hoofden zijn geweest Jehiel en Zecharja,

  • 31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

  • 71%

    26De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. De kinderen van Jaazia waren Beno.

    27De kinderen van Merari van Jaazia waren Beno, en Soham, en Zakkur, en Hibri.

  • 15En Bakbakkar, Heres, en Galal, en Mattanja, de zoon van Micha, den zoon van Zichri, den zoon van Asaf;

  • 15Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 19En Jakim, en Zichri, en Zabdi,

  • 70%

    40En Jonathans zoon van Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.

    41De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaerea.

  • 26De kinderen van Misma waren dezen: Hammuel zijn zoon, Zaccur zijn zoon, Simei zijn zoon.

  • 3Van de kinderen van Sechanja, van de kinderen van Paros, Zacharja; en met hem werden bij geslachtsregisters gerekend, aan manspersonen, honderd en vijftig.

  • 37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 27En Jaaresja, en Elia, en Zichri waren zonen van Jeroham.

  • 13En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiel; en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja;

  • 24Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 22En Aaron nam zich tot een vrouw Eliseba, dochter van Amminadab, zuster van Nahesson; en zij baarde hem Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

  • 12Mefiboseth nu had een kleinen zoon, wiens naam was Micha; en allen, die in het huis van Ziba woonden, waren knechten van Mefiboseth.

  • 51Bukki zijn zoon; Uzzi zijn zoon; Serahja zijn zoon;

  • 21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

  • 13Hun broeders nu, naar hun vaderlijke huizen, waren Michael, en Mesullam, en Seba, en Jorai, en Jachan, en Zia, en Heber: zeven.