1 Kronieken 24:21

Statenvertaling (States Bible)

Aangaande Rehabja: van de kinderen van Rehabja was Jissia het hoofd.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 23:17 : 17 De kinderen van Eliezer nu waren dezen: Rehabja het hoofd; en Eliezer had geen andere kinderen, maar de kinderen van Rehabja vermeerderden ten hoogste.
  • 1 Kron 26:25 : 25 Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 77%

    16Van de kinderen van Gersom was Sebuel het hoofd.

    17De kinderen van Eliezer nu waren dezen: Rehabja het hoofd; en Eliezer had geen andere kinderen, maar de kinderen van Rehabja vermeerderden ten hoogste.

    18Van de kinderen van Jizhar was Selomith het hoofd.

    19Aangaande de kinderen van Hebron: Jeria was het hoofd, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, en Jekameam de vierde.

    20Aangaande de kinderen van Uzziel: Micha was het hoofd, en Jissia de tweede.

  • 20Van de overige kinderen van Levi nu, was van de kinderen van Amram Subael, van de kinderen van Subael was Jechdeja.

  • 74%

    22Van de Jizharieten was Selomoth; van de kinderen van Selomoth was Jahath.

    23En van de kinderen van Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, Jekameam de vierde.

  • 25Maar zijn broeders van Eliezer waren dezen: Rehabja was zijn zoon, en Jesaja zijn zoon, en Joram zijn zoon, en Zichri zijn zoon, en Selomith zijn zoon.

  • 25De broeder van Micha was Jissia; van de kinderen van Jissia was Zecharja.

  • 19Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;

  • 11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 5En van de Silonieten was Asaja, de eerstgeborene, en zijn kinderen.

  • 29Aangaande Kis: de kinderen van Kis waren Jerahmeel.

  • 27De kinderen van Merari van Jaazia waren Beno, en Soham, en Zakkur, en Hibri.

  • 6Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.

  • 21Van de kinderen van Ladan, kinderen van den Gersonieten Ladan; van Ladan, den Gersoniet, waren hoofden der vaderen Jehieli.

  • 69%

    19Het twaalfde voor Hasabja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    20Het dertiende voor Subael; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 21Over half Manasse, in Gilead, was Jiddo, de zoon van Zecharja; over Benjamin was Jaasiel, de zoon van Abner;

  • 68%

    20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.

    21De kinderen van Hananja nu waren Pelatja en Jesaja. De kinderen van Refaja, de kinderen van Arnan, de kinderen van Obadja, de kinderen van Sechanja.

  • 21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.

  • 7Het eerste lot nu ging uit voor Jojarib, het tweede voor Jedaja,

  • 3En de kinderen van Uzzi waren Jizrahja; en de kinderen van Jizrahja waren Michael, en Obadja, en Joel, en Jisia; deze vijf waren al te zamen hoofden.

  • 13Het dertiende voor Huppa, het veertiende voor Jesebeab,

  • 14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;

  • 21Zijn zoon Joah; zijn zoon Iddo; zijn zoon Zerah; zijn zoon Jeathrai.

  • 21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia,

  • 24Dezen nu waren de hoofden hunner vaderlijke huizen, te weten: Hefer, en Jisei, en Eliel, en Azriel, en Jeremia, en Hodavja, en Jahdiel; mannen sterk van kracht, mannen van naam, hoofden der huizen hunner vaderen.

  • 43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.

  • 17Josafath, de zoon van Paruah, in Issaschar.

  • 45Den zoon van Hasabja, den zoon van Amazia, den zoon van Hilkia,

  • 7Aangaande zijn broederen in hun huisgezinnen, als zij naar hun geboorten in de geslachtsregisters gesteld werden; de hoofden zijn geweest Jehiel en Zecharja,

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 11Hilkia was de tweede, Tebalja de derde, Zecharja de vierde; al de kinderen en broederen van Hosa waren dertien.

  • 15Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 6Semaja, en Jojarib, Jedaja,

  • 11Micha, Rehob, Hasabja,

  • 47De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja;

  • 11Het vierde voor Jizri; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 4Iddo, Ginnethoi, Abia,

  • 24Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 24En Eleazar, de zoon van Aaron, nam voor zich een van de dochteren van Putiel tot een vrouw; en zij baarde hem Pinehas. Dit zijn de hoofden van de vaderen der Levieten, naar hun huisgezinnen.

  • 19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

  • 22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 4En Jismaja, de Gibeoniet, was een held onder de dertig, en over dertig gesteld; en Jirmeja, en Jahaziel, en Johanan, en Jozabad, de Gederathiet;

  • 4Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde.

  • 43Den zoon van Jahath, den zoon van Gerson, den zoon van Levi.