1 Kronieken 27:18

Statenvertaling (States Bible)

Over Juda was Elihu, uit de broederen van David; over Issaschar was Omri, de zoon van Michael;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Sam 16:6 : 6 En het geschiedde, toen zij inkwamen, zo zag hij Eliab aan, en dacht: Zekerlijk, is deze voor den HEERE, Zijn gezalfde.
  • 1 Sam 17:13 : 13 En de drie grootste zonen van Isai gingen heen; zij volgden Saul na in den krijg. De namen nu zijner drie zonen, die in den krijg gingen, waren: Eliab, de eerstgeborene, en zijn tweede Abinadab, en de derde Samma.
  • 1 Sam 17:29 : 29 Toen zeide David: Wat heb ik nu gedaan? Is er geen oorzaak?

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 19Over Zebulon was Jismaja, de zoon van Obadja; over Nafthali was Jerimoth, de zoon van Azriel;

  • 74%

    24Van de kinderen van Uzziel was Micha; van de kinderen van Micha was Samir;

    25De broeder van Micha was Jissia; van de kinderen van Jissia was Zecharja.

  • 72%

    19En Jakim, en Zichri, en Zabdi,

    20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 20Aangaande de kinderen van Uzziel: Micha was het hoofd, en Jissia de tweede.

  • 72%

    46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

    47Eliel, en Obed, en Jaaziel van Mezobaja.

  • 2En hij had broederen, Josafats zonen, Azarja, en Jehiel, en Zecharja, en Azarjahu, en Michael, en Sefatja; deze allen waren zonen van Josafat, den koning van Israel.

  • Num 1:8-10
    3 verzen
    72%

    8Van Issaschar, Nethaneel, de zoon van Zuar.

    9Van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

    10Van de kinderen van Jozef: van Efraim, Elisama, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.

  • 71%

    16Doch over de stammen van Israel waren dezen: over de Rubenieten was Eliezer, de zoon van Zichri, voorganger; over de Simeonieten was Sefatja, de zoon van Maacha;

    17Over de Levieten was Hasabja, de zoon van Kemuel; over de Aaronieten was Zadok;

  • 22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 40Den zoon van Michael, den zoon van Baeseja, den zoon van Malchija,

  • 11Micha, Rehob, Hasabja,

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 70%

    16En Michael, en Jispa, en Joha waren kinderen van Beria.

    17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 70%

    26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

    27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 13En van de kinderen van Elizafan, Simri en Jeiel; en van de kinderen van Asaf, Zecharja en Mattanja;

  • Num 13:12-13
    2 verzen
    70%

    12Van de stam van Dan, Ammiel, de zoon van Gemalli.

    13Van de stam van Aser, Sethur, de zoon van Michael.

  • 37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.

  • 70%

    3Issaschar, Zebulon, en Benjamin;

  • 38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.

  • 70%

    13Hun broeders nu, naar hun vaderlijke huizen, waren Michael, en Mesullam, en Seba, en Jorai, en Jachan, en Zia, en Heber: zeven.

    14Dezen zijn de kinderen van Abihail, den zoon van Huri, den zoon van Jaroah, den zoon van Gilead, den zoon van Michael, den zoon van Jesisai, den zoon van Jahdo, den zoon van Buz.

  • 3En de kinderen van Uzzi waren Jizrahja; en de kinderen van Jizrahja waren Michael, en Obadja, en Joel, en Jisia; deze vijf waren al te zamen hoofden.

  • 69%

    36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

    37En Ziza, de zoon van Sifei, den zoon van Allon, den zoon van Jedaja, den zoon van Simri, den zoon van Semaja;

  • 4Uthai, de zoon van Ammihud, den zoon van Omri, den zoon van Imri, den zoon van Bani, van de kinderen van Perez, den zoon van Juda.

  • 1En er was een man van het gebergte van Efraim, wiens naam was Micha.

  • 7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

  • 21Over half Manasse, in Gilead, was Jiddo, de zoon van Zecharja; over Benjamin was Jaasiel, de zoon van Abner;

  • 7Van de stam van Issaschar, Jigeal, de zoon van Jozef.

  • 18Simei, de zoon van Ela, in Benjamin.

  • 1Dezen zijn de kinderen van Israel: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issaschar en Zebulon,

  • 23Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,

  • 9Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;

  • 20Toen hij naar Ziklag toog, vielen tot hem uit Manasse: Adnah, en Jozabad, en Jediael, en Michael, en Jozabad, en Elihu, en Zillethai; hoofden der duizenden, die in Manasse waren.

  • 9Uit de kinderen van Hebron was Eliel overste, en zijn broederen waren tachtig.

  • 13En de zonen van Issaschar: Tola, en Puwa, en Job, en Simron.

  • 12Van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.

  • 17Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;

  • 20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;

  • 6Van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

  • 42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,