Numeri 26:43

Statenvertaling (States Bible)

Al de geslachten der Suhamieten, naar hun getelden, waren vier en zestig duizend en vierhonderd.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 1:38-39 : 38 Van de zonen van Dan, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken, 39 Waren hun getelden van den stam van Dan twee en zestig duizend en zevenhonderd.
  • Num 2:25-26 : 25 De banier des legers van Dan zal tegen het noorden zijn, naar hun heiren; en Ahiezer, de zoon van Ammisaddai, zal de overste der zonen van Dan zijn. 26 Zijn heir nu, en zijn getelden waren twee en zestig duizend en zevenhonderd.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 26:41-42
    2 verzen
    84%

    41Dat zijn de zonen van Benjamin, naar hun geslachten; en hun getelden waren vijf en veertig duizend en zeshonderd.

    42Dit zijn de zonen van Dan, naar hun geslachten: van Suham het geslacht der Suhamieten; dat zijn de geslachten van Dan, naar hun geslachten.

  • Num 26:24-27
    4 verzen
    80%

    24Van Jasub het geslacht der Jasubieten; van Simron het geslacht der Simronieten.

    25Dat zijn de geslachten van Issaschar, naar hun getelden: vier en zestig duizend en driehonderd.

    26De zonen van Zebulon, naar hun geslachten, waren: van Sered het geslacht der Seredieten; van Elon het geslacht der Elonieten; van Jahleel het geslacht der Jahleelieten.

    27Dat zijn de geslachten der Zebulonieten, naar hun getelden: zestig duizend en vijfhonderd.

  • 22Dat zijn de geslachten van Juda, naar hun getelden: zes en zeventig duizend en vijfhonderd.

  • Num 26:49-51
    3 verzen
    77%

    49Van Jezer het geslacht der Jezerieten; van Sillem het geslacht der Sillemieten.

    50Dat zijn de geslachten van Nafthali, naar hun geslachten; en hun getelden waren vijf en veertig duizend en vierhonderd.

    51Dat zijn de getelden van de zonen Israels: zeshonderd een duizend zevenhonderd en dertig.

  • Num 1:26-27
    2 verzen
    77%

    26Van de zonen van Juda, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    27Waren hun getelden van den stam van Juda vier en zeventig duizend en zeshonderd.

  • 40Hun getelden waren, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, twee duizend zeshonderd en dertig.

  • 39Van Sefufam het geslacht der Sufamieten; van Hufam het geslacht der Hufamieten.

  • Num 26:13-15
    3 verzen
    75%

    13Van Zerah het geslacht der Zerahieten; van Saul het geslacht der Saulieten.

    14Dat zijn de geslachten der Simeonieten: twee en twintig duizend en tweehonderd.

    15De zonen van Gad, naar hun geslachten: van Zefon het geslacht der Zefonieten; van Haggi het geslacht der Haggieten; van Suni het geslacht der Sunieten.

  • 4Zijn heir nu, en zijn getelden waren vier en zeventig duizend en zeshonderd.

  • Num 1:38-39
    2 verzen
    75%

    38Van de zonen van Dan, hun geboorten, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire uittrokken,

    39Waren hun getelden van den stam van Dan twee en zestig duizend en zevenhonderd.

  • 7Dit zijn de geslachten der Rubenieten; en hun getelden waren drie en veertig duizend zevenhonderd en dertig.

  • 47Dat zijn de geslachten der zonen van Aser, naar hun getelden: drie en vijftig duizend en vierhonderd.

  • 26Van de kinderen van Levi, vier duizend en zeshonderd;

  • 73%

    26De kinderen van Misma waren dezen: Hammuel zijn zoon, Zaccur zijn zoon, Simei zijn zoon.

    27Simei nu had zestien zonen en zes dochteren; maar zijn broeders hadden niet veel kinderen; en hun ganse huisgezin werd zo zeer niet vermenigvuldigd, als van de kinderen van Juda.

  • 6Zijn heir nu, en zijn getelden waren vier en vijftig duizend en vierhonderd.

  • Num 2:8-9
    2 verzen
    73%

    8Zijn heir nu, en zijn getelden waren zeven en vijftig duizend en vierhonderd.

    9Al de getelden des legers van Juda waren honderd zes en tachtig duizend en vierhonderd, naar hun heiren. Zij zullen vooraan optrekken.

  • 11Zijn heir nu, en zijn getelden waren zes en veertig duizend en vijfhonderd.

  • 40Deze allen waren kinderen van Aser, hoofden der vaderlijke huizen, uitgelezene kloeke helden, hoofden der vorsten; en zij werden in geslachtsregisters geteld ten heire in den krijg; hun getal was zes en twintig duizend mannen.

  • 18Dat zijn de geslachten der zonen van Gad, naar hun getelden: veertig duizend en vijfhonderd.

  • 4En met hen naar hun geslachten, naar hun vaderlijke huizen, waren de hopen des krijgsheirs zes en dertig duizend; want zij hadden vele vrouwen en kinderen.

  • 26Zijn heir nu, en zijn getelden waren twee en zestig duizend en zevenhonderd.

  • 23En de zonen van Dan: Chusim.

  • 21Hun getelden van den stam van Ruben waren zes en veertig duizend en vijfhonderd.

  • 31Waren hun getelden van den stam van Zebulon zeven en vijftig duizend en vierhonderd.

  • 29Waren hun getelden van den stam van Issaschar vier en vijftig duizend en vierhonderd.

  • 44Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, drie duizend en tweehonderd.

  • Num 2:30-31
    2 verzen
    71%

    30Zijn heir nu, en zijn getelden waren drie en vijftig duizend en vierhonderd.

    31Al de getelden in het leger van Dan waren honderd zeven en vijftig duizend en zeshonderd. In het achterste zullen zij optrekken, naar hun banieren.

  • 43Waren hun getelden van den stam van Nafthali drie en vijftig duizend en vierhonderd.

  • 37Dat zijn de geslachten der zonen van Efraim, naar hun getelden: twee en dertig duizend en vijfhonderd. Dat zijn de zonen van Jozef, naar hun geslachten.

  • 63Dat zijn de getelden van Mozes en Eleazar, den priester, die de kinderen Israels telden in de vlakke velden van Moab, aan de Jordaan van Jericho.

  • 32En van Semida het geslacht der Semidaieten; en van Hefer het geslacht der Heferieten.

  • 44De zonen van Aser, naar hun geslachten, waren: van Imna het geslacht der Imnaieten; van Isvi het geslacht der Isvieten; van Beria het geslacht der Beriieten.

  • 23Hun getelden van den stam van Simeon waren negen en vijftig duizend en driehonderd.

  • 6En van de kinderen van Zerah was Jeuel, en van hun broederen waren zeshonderd en negentig.

  • 12Het gehele getal van de hoofden der vaderen, der strijdbare helden, was twee duizend en zeshonderd.

  • 7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

  • 46Al de getelden dan waren zeshonderd drie duizend vijfhonderd en vijftig.