Job 27:2

Statenvertaling (States Bible)

Zo waarachtig als God leeft, Die mijn recht weggenomen heeft, en de Almachtige, Die mijner ziel bitterheid heeft aangedaan!

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 34:5 : 5 Want Job heeft gezegd: Ik ben rechtvaardig, en God heeft mijn recht weggenomen.
  • 2 Kon 4:27 : 27 Toen zij nu tot den man Gods op den berg kwam, vatte zij zijn voeten. Maar Gehazi trad toe, om haar af te stoten. Doch de man Gods zeide: Laat ze geworden; want haar ziel is in haar bitterlijk bedroefd, en de HEERE heeft het voor mij verborgen, en mij niet verkondigd.
  • Num 14:21 : 21 Doch zekerlijk, zo waarachtig als Ik leef, zo zal de ganse aarde met de heerlijkheid des HEEREN vervuld worden!
  • Ruth 1:20-21 : 20 Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan. 21 Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de HEERE tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft?
  • Ruth 3:13 : 13 Blijf dezen nacht over; voorts in den morgen zal het geschieden, indien hij u lost, goed, laat hem lossen; maar indien het hem niet lust u te lossen, zo zal ik u lossen, zo waarachtig als de HEERE leeft; leg u neder tot den morgen toe.
  • 1 Sam 14:39 : 39 Want zo waarachtig als de HEERE leeft, Die Israel verlost, alware het in mijn zoon Jonathan, zo zal hij den dood sterven; en niemand uit het ganse volk antwoordde hem.
  • 1 Sam 14:45 : 45 Maar het volk zeide tot Saul: Zou Jonathan sterven, die deze grote verlossing in Israel gedaan heeft? Dat zij verre! zo waarachtig als de HEERE leeft, als er een haar van zijn hoofd op de aarde vallen zal; want hij heeft dit heden met God gedaan. Alzo verloste het volk Jonathan, dat hij niet stierf.
  • 1 Sam 20:21 : 21 En zie, ik zal den jongen zenden, zeggende: Ga heen, zoek de pijlen, indien ik uitdrukkelijk tot den jongen zeg: Zie, de pijlen zijn van u af en herwaarts, neem hem; en kom gij, want er is vrede voor u, en er is geen ding, zo waarlijk de HEERE leeft!
  • 1 Sam 25:26 : 26 En nu, mijn heer! zo waarachtig als de HEERE leeft, en uw ziel leeft, het is de HEERE, Die u verhinderd heeft van te komen met bloedstorting, dat uw hand u zou verlossen; en nu, dat als Nabal worden uw vijanden, en die tegen mijn heer kwaad zoeken!
  • 1 Sam 25:34 : 34 Want voorzeker, de HEERE, de God Israels, leeft, Die mij verhinderd heeft, van u kwaad te doen, dat, ten ware dat gij u gehaast hadt, en mij tegemoet gekomen waart, zo ware van Nabal niemand, die mannelijk is, overgebleven tot het morgenlicht!
  • 2 Sam 2:27 : 27 En Joab zeide: Zo waarachtig als God leeft, ten ware dat gij gesproken hadt, zekerlijk het volk zou al toen van den morgen af weggevoerd zijn geweest, een iegelijk van zijn broeder te vervolgen!
  • 1 Kon 17:1 : 1 En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord!
  • 1 Kon 18:15 : 15 En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!
  • Job 9:18 : 18 Hij laat mij niet toe mijn adem te verhalen; maar Hij verzadigt mij met bitterheden.
  • Job 10:3 : 3 Is het U goed, dat Gij verdrukt, dat Gij verwerpt den arbeid Uwer handen, en over den raad der goddelozen schijnsel geeft?
  • Jes 40:27 : 27 Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israel! mijn weg is voor den HEERE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij?
  • Jer 4:2 : 2 Maar zweer: Zo waarachtig als de HEERE leeft! in waarheid, in recht en in gerechtigheid; zo zullen zich de heidenen in Hem zegenen, en zich in Hem beroemen.
  • Jer 5:2 : 2 En of zij al zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft! zo zweren zij toch valselijk.
  • Jer 12:16 : 16 En het zal geschieden, indien zij de wegen Mijns volks vlijtiglijk zullen leren, zwerende bij Mijn Naam: Zo waarachtig als de HEERE leeft! gelijk als zij Mijn volk geleerd hebben te zweren bij Baal, zo zullen zij in het midden Mijns volks gebouwd worden.
  • Ezech 33:11 : 11 Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

  • 3Zo lang als mijn adem in mij zal zijn, en het geblaas Gods in mijn neus;

  • Job 34:5-6
    2 verzen
    77%

    5Want Job heeft gezegd: Ik ben rechtvaardig, en God heeft mijn recht weggenomen.

    6Ik moet liegen in mijn recht; mijn pijl is smartelijk zonder overtreding.

  • Job 19:1-2
    2 verzen
    74%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Hoe lang zult gijlieden mijn ziel bedroeven, en mij met woorden verbrijzelen?

  • 7Daar zou de oprechte met Hem pleiten; en ik zou mij in eeuwigheid van mijn Rechter vrijmaken.

  • Job 23:1-2
    2 verzen
    73%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Ook heden is mijn klacht wederspannigheid; mijn plage is zwaar boven mijn zuchten.

  • Job 10:1-2
    2 verzen
    73%

    1Mijn ziel is verdrietig over mijn leven; ik zal mijn klacht op mij laten; ik zal spreken in bitterheid mijner ziel.

    2Ik zal tot God zeggen: Verdoem mij niet; doe mij weten, waarover Gij met mij twist.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 4Is (mij aangaande) mijn klacht tot den mens? Doch of het zo ware, waarom zou mijn geest niet verdrietig zijn?

  • 7Het geschiedde nu, nadat de HEERE die woorden tot Job gesproken had, dat de HEERE tot Elifaz, den Themaniet, zeide: Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.

  • 16Want God heeft mijn hart week gemaakt, en de Almachtige heeft mij beroerd;

  • Job 6:1-2
    2 verzen
    72%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Och, of mijn verdriet recht gewogen wierd, en men mijn ellende samen in een weegschaal ophief!

  • Job 13:14-15
    2 verzen
    72%

    14Waarom zou ik mijn vlees in mijn tanden nemen, en mijn ziel in mijn hand stellen?

    15Ziet, zo Hij mij doodde, zou ik niet hopen? Evenwel zal ik mijn wegen voor Zijn aangezicht verdedigen.

  • 19Wie is hij, die met mij twist? Wanneer ik nu zweeg, zo zou ik den geest geven.

  • 4De Geest Gods heeft mij gemaakt, en de adem des Almachtigen heeft mij levend gemaakt.

  • 11Zo zal ik ook mijn mond niet wederhouden, ik zal spreken in benauwdheid mijns geestes; ik zal klagen in bitterheid mijner ziel.

  • 16Heere, bij deze dingen leeft men, en in dit alles is het leven van mijn geest; want Gij hebt mij gezond gemaakt en mij genezen.

  • Job 9:18-19
    2 verzen
    71%

    18Hij laat mij niet toe mijn adem te verhalen; maar Hij verzadigt mij met bitterheden.

    19Zo het aan de kracht komt, zie, Hij is sterk; en zo het aan het recht komt, wie zal mij dagvaarden?

  • 6Aan mijn gerechtigheid zal ik vasthouden, en zal ze niet laten varen; mijn hart zal die niet versmaden van mijn dagen.

  • 8Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!

  • Job 40:1-3
    3 verzen
    71%

    1En de HEERE antwoordde Job uit een onweder, en zeide:

    2Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

    3Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?

  • 3Want de vijand vervolgt mijn ziel, hij vertreedt mijn leven ter aarde; hij legt mij in duisternissen, als degenen, die over lang dood zijn.

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

  • 70%

    3Wees mij genadig, HEERE, want ik ben verzwakt; genees mij, HEERE, want mijn beenderen zijn verschrikt.

  • 2Want Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • Job 7:15-16
    2 verzen
    70%

    15Zodat mijn ziel de verworging kiest; den dood meer dan mijn beenderen.

    16Ik versmaad ze, ik zal toch in der eeuwigheid niet leven; houd op van mij, want mijn dagen zijn ijdelheid.

  • 11Daleth. Hij heeft mijn wegen afgewend; en Hij heeft mij in stukken gebroken; Hij heeft mij woest gemaakt.

  • 4Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij.

  • 7Gewisselijk, Hij heeft mij nu vermoeid; Gij hebt mijn ganse vergadering verwoest.

  • 20Waarom geeft Hij den ellendigen het licht, en het leven den bitterlijk bedroefden van gemoed?

  • 7Ziet, ik roep, geweld! doch word niet verhoord; ik schreeuw, doch er is geen recht.

  • 3Zou dan God het recht verkeren, en zou de Almachtige de gerechtigheid verkeren?

  • 13Is dan mijn hulp niet in mij, en is de wijsheid uit mij verdreven?

  • 9En dat het Gode beliefde, dat Hij mij verbrijzelde, Zijn hand losliet, en een einde met mij maakte!

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 39Zo ik zijn vermogen gegeten heb zonder geld, en de ziel zijner akkerlieden heb doen hijgen;

  • 1Mijn geest is verdorven, mijn dagen worden uitgeblust, de graven zijn voor mij.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide: