Job 18:2

Statenvertaling (States Bible)

Hoe lang is het, dat gijlieden een einde van woorden zult maken? Merkt op, en daarna zullen wij spreken.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 3:5-6 : 5 Dat de duisternis en des doods schaduw hem verontreinigen; dat wolken over hem wonen; dat hem verschrikken de zwarte dampen des dags! 6 Diezelve nacht, donkerheid neme hem in; dat hij zich niet verheuge onder de dagen des jaars; dat hij in het getal der maanden niet kome!
  • Job 3:17 : 17 Daar houden de bozen op van beroering, en daar rusten de vermoeiden van kracht;
  • Job 8:2 : 2 Hoe lang zult gij deze dingen spreken, en de redenen uws monds een geweldige wind zijn?
  • Job 11:2 : 2 Zou de veelheid der woorden niet beantwoord worden, en zou een klapachtig man recht hebben?
  • Job 13:5-6 : 5 Och, of gij gans stilzweegt! Dat zou ulieden voor wijsheid wezen. 6 Hoort toch mijn verdediging, en merkt op de twistingen mijner lippen.
  • Job 16:2-3 : 2 Ik heb vele dergelijke dingen gehoord; gij allen zijt moeilijke vertroosters. 3 Zal er een einde zijn aan de winderige woorden? Of wat stijft u, dat gij alzo antwoordt?
  • Job 21:2 : 2 Hoort aandachtelijk mijn rede, en laat dit zijn uw vertroostingen.
  • Job 33:1 : 1 En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.
  • Spr 18:13 : 13 Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande.
  • Jak 1:19 : 19 Zo dan, mijn geliefde broeders, een iegelijk mens zij ras om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 8:1-2
    2 verzen
    83%

    1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

    2Hoe lang zult gij deze dingen spreken, en de redenen uws monds een geweldige wind zijn?

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • Job 16:1-3
    3 verzen
    77%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Ik heb vele dergelijke dingen gehoord; gij allen zijt moeilijke vertroosters.

    3Zal er een einde zijn aan de winderige woorden? Of wat stijft u, dat gij alzo antwoordt?

  • Job 19:1-2
    2 verzen
    76%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Hoe lang zult gijlieden mijn ziel bedroeven, en mij met woorden verbrijzelen?

  • Job 4:1-2
    2 verzen
    75%

    1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

    2Zo wij een woord opnemen tegen u, zult gij verdrietig zijn? Nochtans wie zal zich van woorden kunnen onthouden?

  • Job 11:1-3
    3 verzen
    74%

    1Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

    2Zou de veelheid der woorden niet beantwoord worden, en zou een klapachtig man recht hebben?

    3Zouden uw leugenen de lieden doen zwijgen, en zoudt gij spotten, en niemand u beschamen?

  • 3Waarom worden wij geacht als beesten, en zijn onrein in ulieder ogen?

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • Job 33:31-32
    2 verzen
    71%

    31Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.

    32Zo er redenen zijn, antwoord mij; spreek, want ik heb lust u te rechtvaardigen.

  • 2Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?

  • 11Ziet, ik heb gewacht op ulieder woorden; ik heb het oor gewend tot ulieder aanmerkingen, totdat gij redenen uitgezocht hadt.

  • 2Verbeid mij een weinig, en ik zal u aanwijzen, dat er nog redenen voor God zijn.

  • Job 21:2-3
    2 verzen
    69%

    2Hoort aandachtelijk mijn rede, en laat dit zijn uw vertroostingen.

    3Verdraagt mij, en ik zal spreken; en nadat ik gesproken zal hebben, spot dan.

  • Job 6:25-26
    2 verzen
    69%

    25O, hoe krachtig zijn de rechte redenen! Maar wat bestraft het bestraffen, dat van ulieden is?

    26Zult gij, om te bestraffen, woorden bedenken, en zullen de redenen des mismoedigen voor wind zijn?

  • 7Ik zeide: Laat de dagen spreken, en de veelheid der jaren wijsheid te kennen geven.

  • 20Zal het Hem verteld worden, als ik zo zou spreken? Denkt iemand dat, gewisselijk, hij zal verslonden worden.

  • Job 15:12-13
    2 verzen
    69%

    12Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?

    13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  • 3Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet?

  • 14Nu heeft hij tegen mij geen woorden gericht, en met ulieder woorden zal ik hem niet beantwoorden.

  • 16Zo er dan verstand bij u is, hoor dit; neig de oren tot de stem mijner woorden.

  • 1En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.

  • Job 34:1-2
    2 verzen
    68%

    1Verder antwoordde Elihu, en zeide:

    2Hoort, gij wijzen, mijn woorden, en gij verstandigen, neigt de oren naar mij.

  • 5Versier u nu met voortreffelijkheid en hoogheid, en bekleed u met majesteit en heerlijkheid!

  • 5Ziet mij aan, en wordt verbaasd, en legt de hand op den mond.

  • 16Zo heeft Job in ijdelheid zijn mond geopend, en zonder wetenschap woorden vermenigvuldigd.

  • 19Wie is hij, die met mij twist? Wanneer ik nu zweeg, zo zou ik den geest geven.

  • 4Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij.

  • Job 13:5-6
    2 verzen
    67%

    5Och, of gij gans stilzweegt! Dat zou ulieden voor wijsheid wezen.

    6Hoort toch mijn verdediging, en merkt op de twistingen mijner lippen.

  • 20Zijn mijn dagen niet weinig? Houd op, zet van mij af, dat ik mij een weinig verkwikke;

  • 4Weet gij dit? Van altoos af, van dat God den mens op de wereld gezet heeft,

  • 1Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

  • 34De lieden van verstand zullen met mij zeggen, en een wijs man zal naar mij horen;

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

  • 10Zullen die u niet leren, tot u spreken, en uit hun hart redenen voortbrengen?

  • 2Want gelijk de droom komt door veel bezigheid, alzo de stem des zots door de veelheid der woorden.

  • 13Houdt stil van mij, opdat ik spreke, en er ga over mij, wat het zij.

  • 38Als het stof doorgoten is tot vastigheid, en de kluiten samenkleven?